Handgeschreven brief/notitie op een kaartje.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op een kaartje. Marge rechtsboven: m.m.p.
Wel Ed Heer
Pas heden ontving ik van U Ed een
briefje bij u te willen komen. Dit
briefje is mij heden pas overhandigd
door nalatigheid mijn buren
Beleefd verzoek ik u mij te willen
mede deelen (liefst per post) voor
welke redenen U mij hebt ontboden
Hopend dat u zoo welwillend zult
zijn en aan mijn verzoek kunt voldoen
verblijf ik bij voorbaat mijn dank
Hoogacht
S Wimmer Barend * Inhoud: De schrijver reageert op een oproep ("briefje") om bij de geadresseerde langs te komen. De schrijver legt uit dat dit bericht hem/haar pas vandaag heeft bereikt door een fout van de buren. Vanwege dit uitstel vraagt de schrijver schriftelijk (per post) naar de reden van de ontbieding.
* Toon: Zeer formeel en beleefd. De schrijver gebruikt titels als "Wel Ed Heer" (WelEdele Heer) en "U Ed" (Uw Edelheid/Edelgestrenge).
* Handschrift: Een vlot, enigszins hellend handschrift. Sommige letters vertonen invloeden van het 19e-eeuwse cursiefschrift.
* Opvallende taalkenmerken: Woorden als "ontboden" en de zinsconstructie "verblijf ik bij voorbaat mijn dank" zijn kenmerkend voor de formele correspondentie uit die periode. Het document schetst een beeld van een tijd waarin postbezorging soms indirect verliep, bijvoorbeeld via buren in een gedeeld pand of een volksbuurt. Het woord "ontboden" suggereert een zekere hiërarchie; de geadresseerde heeft mogelijk een officiële functie (zoals een verhuurder, werkgever of ambtenaar) waardoor de schrijver zich verplicht voelt de vertraging te rechtvaardigen. Het verzoek om informatie "per post" duidt erop dat de schrijver niet direct in de gelegenheid is om fysiek te verschijnen. S. Wimmer