Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 441
Dossier 29
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift) aan de Dienst Marktwezen van de Gemeente Amsterdam.

28 maart 1943. Van: Mevr. R. Roozendaal-Koopman, Waterlooplein 86, Amsterdam. Aan: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Brief (verzoekschrift) aan de Dienst Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. 28 maart 1943. Mevr. R. Roozendaal-Koopman, Waterlooplein 86, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven in stempel/schrifttype:]
No. 30/p8/1 M. 1943 2/7

[Rechtsboven:]
716

[Hoofdtekst:]
A’dam, 28- 3. ’43
Den Well. Heer Directeur
Marktwezen
Alhier

W.H.
Beleefd verzoek ik Uwe welwillendheid te
verleenen voor onderstaand verzoek, waarvoor
bij voorbaat mijn welgemeenden dank.

Vanaf Nov. 1941 betrok mijn echtgenoot
Mozes Roozendaal, geb. 24-3-1884 een standplaats
markt Waterlooplein tot dato 3 aug. j.l dat hij
naar een werkkamp is doorgezonden.
Nadien heb ik, zijn echtgenoote Roosje Koopman
geb. 15 Sept 1898 zijn standplaats regelmatig
bezet. Om dien reden verzoek ik U dan
ook de in bezit zijnde marktkaart Uwer
Dienst te willen veranderen van mijn
echtgenoot op mijn eigen naam, dit
om eventueele moeilijkheden te kunnen voor-
komen. Tevens verzoekende galanterie te veranderen in h.h. en schoonmaak-
[Boven de regel toegevoegd:] artikelen
Gaarne ben ik bereid, indien U dit nood-
zakelijk acht, dit verzoek persoonlijk toe
te lichten.

Inmiddels U nogmaals
bij voorbaat dankend
Hoogachtend
Mevr. R. Roozendaal -
Waterlooplein 86 = Koopman

[Aantekeningen in de marge en onderaan:]
v. m. mij geen bezwaar. 8/4 ‘43. [Paraaf]
overgeboekt op naam van
echtgenoote. Hg. 7/4 ‘43. De brief is een formeel, handgeschreven verzoek van Roosje Roozendaal-Koopman. Zij verzoekt de ambtelijke instantie om de marktkaart (de vergunning voor een vaste standplaats op de markt) van haar echtgenoot op haar eigen naam te zetten.

Kernpunten van de inhoud:
* Reden van afwezigheid: De echtgenoot, Mozes Roozendaal, is op 3 augustus 1942 "doorgezonden naar een werkkamp". Dit is een direct bewijs van de deportaties van Joodse Amsterdammers tijdens de bezetting.
* Continuïteit: Roosje geeft aan dat zij de kraam op het Waterlooplein sinds die tijd zelfstandig heeft voortgezet.
* Preventie: Zij wil de tenaamstelling officieel maken om "moeilijkheden te voorkomen", wat duidt op de toenemende druk en controles door de bezetter en de politie op de markten.
* Branchewijziging: Zij vraagt tevens om de handel in 'galanterieën' (luxe kleine artikelen) te wijzigen naar 'huishoudelijke en schoonmaakartikelen'. Dit wijst waarschijnlijk op een aanpassing aan de schaarste van de oorlogstijd.

De ambtelijke notities tonen aan dat de bureaucratie gewoon doorliep: de verzoekster kreeg op 7 april 1943 toestemming en de kaart werd overgeschreven. Dit document is historisch zeer beladen. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse markt in Amsterdam. De brief schetst een tragisch beeld van een vrouw die te midden van de Holocaust probeert haar dagelijks brood te blijven verdienen terwijl haar man al is weggevoerd.

Hoewel de ambtenaar "geen bezwaar" noteerde, was het lot van de briefschrijfster al bezegeld. Uit archieven van de Oorlogsgravenstichting en het Joods Monument blijkt dat Mozes Roozendaal op 3 augustus 1942 inderdaad naar Westerbork werd gestuurd en in 1943 in Sobibor is vermoord. Roosje Roozendaal-Koopman zelf is slechts enkele maanden na het schrijven van deze brief, in juli 1943, eveneens in Sobibor vermoord. De administratieve afhandeling van dit verzoek vond plaats in de laatste maanden van haar leven.

Samenvatting

De brief is een formeel, handgeschreven verzoek van Roosje Roozendaal-Koopman. Zij verzoekt de ambtelijke instantie om de marktkaart (de vergunning voor een vaste standplaats op de markt) van haar echtgenoot op haar eigen naam te zetten.

Kernpunten van de inhoud:
* Reden van afwezigheid: De echtgenoot, Mozes Roozendaal, is op 3 augustus 1942 "doorgezonden naar een werkkamp". Dit is een direct bewijs van de deportaties van Joodse Amsterdammers tijdens de bezetting.
* Continuïteit: Roosje geeft aan dat zij de kraam op het Waterlooplein sinds die tijd zelfstandig heeft voortgezet.
* Preventie: Zij wil de tenaamstelling officieel maken om "moeilijkheden te voorkomen", wat duidt op de toenemende druk en controles door de bezetter en de politie op de markten.
* Branchewijziging: Zij vraagt tevens om de handel in 'galanterieën' (luxe kleine artikelen) te wijzigen naar 'huishoudelijke en schoonmaakartikelen'. Dit wijst waarschijnlijk op een aanpassing aan de schaarste van de oorlogstijd.

De ambtelijke notities tonen aan dat de bureaucratie gewoon doorliep: de verzoekster kreeg op 7 april 1943 toestemming en de kaart werd overgeschreven.

Historische Context

Dit document is historisch zeer beladen. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse markt in Amsterdam. De brief schetst een tragisch beeld van een vrouw die te midden van de Holocaust probeert haar dagelijks brood te blijven verdienen terwijl haar man al is weggevoerd.

Hoewel de ambtenaar "geen bezwaar" noteerde, was het lot van de briefschrijfster al bezegeld. Uit archieven van de Oorlogsgravenstichting en het Joods Monument blijkt dat Mozes Roozendaal op 3 augustus 1942 inderdaad naar Westerbork werd gestuurd en in 1943 in Sobibor is vermoord. Roosje Roozendaal-Koopman zelf is slechts enkele maanden na het schrijven van deze brief, in juli 1943, eveneens in Sobibor vermoord. De administratieve afhandeling van dit verzoek vond plaats in de laatste maanden van haar leven.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3