Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 22 september 1943. P. J. Ris, Tichelstraat 2-I, Amsterdam (C.). Waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. (165)
Amsterdam
No. 33/3/1 M. 1943 24/9 [stempel] 22 Sept. 1943
Geachte Heeren;
Met deze wil ik U vriendelijk verzoeken of U mij een vergunning kunt verstrekken om op de markt te staan met oude boel (maar geen textiel)
Mijn vergunnings nummer van de ophaaldienst is: 2372. (van Den Haag). ->
Het Stadshuis nummer is: Serie L. - No 95
Het register nummer is No 918.
(Belasting wordt betaald.)
Uw geacht antwoord tegemoet ziende teken ik,
Hoogachtend,
P. J. Ris
Tichelstraat 2 I Amsterdam (C.)
P.S. 'smaandags Noorder Markt en zaterdags Lindengracht Markt
[Aantekening onderaan:] Verloopt kelder op Lindengracht 28/32 * Onderwerp: De brief is een formeel verzoek van P. J. Ris voor een marktvergunning om in "oude boel" (tweedehands artikelen/curiosa) te mogen handelen op twee specifieke markten in de Amsterdamse Jordaan.
* Uitsluiting textiel: De expliciete vermelding "(maar geen textiel)" is opmerkelijk. Tijdens de Duitse bezetting in 1943 was textiel een schaars goed dat op de bon was. De handel in oude kleding was aan zeer strenge regels onderworpen om de zwarte markt tegen te gaan.
* Referenties: De schrijver probeert zijn betrouwbaarheid aan te tonen door diverse registratienummers op te voeren, waaronder een referentie naar een ophaaldienst in Den Haag en de bevestiging dat hij belasting betaalt.
* Handschrift en Stijl: Het document is geschreven in een verzorgd, ouderwets handschrift. De toon is beleefd en onderdanig ("Geachte Heeren", "Uw geacht antwoord tegemoet ziende"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met de overheid in die tijd. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine economie in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locaties (Tichelstraat, Noordermarkt, Lindengracht) situeren de aanvrager midden in de Jordaan, een wijk die historisch nauw verbonden is met de markthandel.
In 1943 was de schaarste in Nederland nijpend. De handel in tweedehands goederen ("oude boel") was voor velen een manier om te overleven. De ambtelijke stempels en nummers op de brief laten zien dat, ondanks de oorlogssituatie, de gemeentelijke bureaucratie en de regulering van de markten strikt werden gehandhaafd. De aantekening onderaan over een "kelder op Lindengracht" suggereert dat de aanvrager mogelijk ook vanuit een souterrain handelde of daar opslag had.