Administratief rapport/notitie betreffende markttoezicht.
Origineel
Administratief rapport/notitie betreffende markttoezicht. Hoofdtekst gedateerd op maandag 26 oktober 1943; aanvullende aantekeningen tot 5 november 1943. (In de rechterbovenhoek, in rood potlood:) 416
Op Maandag 26 Oct '43 zijn de navolgende
kooplieden die niet in bezit waren van een
Duitsche vergunning en met oude kleeren en
lingerie op de markt een plaats hadden inge-
nomen, door mij van de markt verwijderd.
Sluy-v/d Meulen-Brink x
V = Wieland Acc. vD
Alinsman
van Oosten
(Rosieler-Mulsberg) [omcirkeld met verwijzing]
AJ Weggelaar
V x Oltman-Alom x vD
(Links onderaan, stempel en handgeschreven nummers:)
No. 33/11/1 M. 1943 28/10
(Rechts boven de namen, diagonaal geschreven:)
Opbergen
27-10-43
[Paraaf]
(Rechts naast de naam Rosieler-Mulsberg, diagonaal geschreven:)
Achteraf is gebleken, dat R zich heeft gehouden aan instructies v. d. marktambtenaar en niet heeft uitgepakt 5/11 '43 [Paraaf]
(Rechts onderaan:)
Vondermarkt. (mogelijk Noordermarkt)
25 Oct '43
[Handtekening/Paraaf]
14 dezer + vold. Bm.
tot nader bericht 29-10-43 Dit document is een officieel verslag van een marktcontroleur tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van het bericht is de handhaving van de distributieregels en vergunningsplichten die door de bezetter waren opgelegd. Kooplieden mochten niet handelen in textiel (oude kleren en lingerie) zonder een specifieke "Duitsche vergunning".
Er worden zeven kooplieden of handelsentiteiten genoemd die van de markt zijn verwijderd. Interessant is de administratieve rectificatie bij de naam Rosieler-Mulsberg. Ruim een week later (5 november 1943) wordt genoteerd dat deze persoon achteraf bezien ten onrechte was aangepakt, omdat deze de instructies had opgevolgd en de goederen niet had uitgepakt voor verkoop. Dit illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid (of de noodzaak tot correctie) binnen het repressieve systeem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de handel in Nederland onderworpen aan strikte regelgeving. Door de enorme schaarste aan grondstoffen en textiel was de handel in "oude kleeren" een kritieke sector die de bezetter onder controle wilde houden, onder meer om de zwarte markt in te dammen.
De genoemde "Vondermarkt" is waarschijnlijk een verschrijving of specifieke aanduiding voor (een deel van) de Noordermarkt in Amsterdam, die vanouds bekend stond als de plek voor de handel in tweedehands kleding. De noodzaak van een "Duitsche vergunning" in plaats van enkel een gemeentelijke marktkraamvergunning toont aan hoe diep de bezettingsautoriteiten ingrepen in het dagelijkse economische leven van kleine zelfstandigen.