Archiefdocument
Origineel
9 november 1943 No 33/11/11 '43
De namen voorkomende op het hiernevens
vermeld schrijven hadden op Maandag 25 Oct. j.l. geen
Distrib. vergunning bij zich. Eenige personen hadden
de vergunning thuis laten liggen terwijl anderen
deze voor verlenging naar het Distrib. bureau te
den Haag hadden opgestuurd. Door deze nalatigheid
zijn genoemde personen van de markt verwijderd.
Hierbij dient opgemerkt dat verschillende plaatshouders
mij hebben medegedeeld dat een ambtenaar van het
Distrib. bureau zou hebben gezegd dat tijdelijk 2e hands-
textiel zonder bedoelde vergunning op de markt mag
worden verkocht.
M.i. hebben deze menschen te goeder trouw gehandeld
en kan deze zaak als afgedaan worden beschouwd.
A'dam 9-11 '43
(w.g.) V.Rij. Dit handgeschreven document is een ambtelijk bericht of rapport, vermoedelijk opgesteld door een marktmeester of politiefunctionaris in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bericht gaat over een incident op maandag 25 oktober 1943, waarbij een aantal marktkooplieden van de markt werd verwijderd omdat zij geen geldige distributievergunning konden tonen.
De redenen hiervoor varieerden: sommigen waren de vergunning vergeten, anderen hadden deze ter verlenging naar Den Haag gestuurd. Echter, er bleek sprake te zijn van verwarring: de kooplui beweerden dat een ambtenaar hen had verteld dat voor de verkoop van tweedehands textiel tijdelijk geen vergunning nodig was. De opsteller van het document concludeert dat de handelaren "te goeder trouw" hebben gehandeld en adviseert om de zaak te seponeren ("als afgedaan worden beschouwd"). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er sprake van schaarste, waardoor bijna alle goederen "op de bon" waren of via een strikt distributiestelsel werden gereguleerd. Marktkooplieden hadden specifieke vergunningen nodig om hun waren te mogen verkopen, mede om de zwarte handel tegen te gaan. De tekst illustreert de bureaucratische druk en de administratieve onduidelijkheid waar burgers en handelaren in die tijd mee te maken hadden, evenals een zekere mate van coulance bij de lokale handhaving wanneer er sprake was van miscommunicatie vanuit officiële instanties.