Officiële brief / Kennisgeving van disciplinaire maatregel.
Origineel
Officiële brief / Kennisgeving van disciplinaire maatregel. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). HG. extra
27/18/2 M.
23 Februari 1939.
den Heer E. Appelboom,
Louis Bothastraat 28 III,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
In verband met het feit, dat op Dinsdag 14 Februari
jl. de door U bezette marktplaats op de markt aan de Ten Kate-
straat in verontreinigden toestand werd aangetroffen, heb ik
U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Re-
glement op de Markten, voorwaardelijk gestraft met ontneming
van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te
nemen en wel voor den tijd van twee dagen. Deze straf zal ten
uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato
dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten
hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die als-
dan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, In deze brief wordt de heer E. Appelboom formeel op de hoogte gesteld van een opgelegde sanctie. De aanleiding hiervoor is een inspectie op dinsdag 14 februari 1939 op de Ten Katemarkt in Amsterdam, waarbij zijn marktplaats "in verontreinigden toestand" (vies/niet opgeruimd) werd aangetroffen.
De directeur van de marktdienst baseert de straf op artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De straf bestaat uit een ontzegging van de toegang tot de Amsterdamse markten voor de duur van twee dagen. Deze straf is echter voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van één jaar. Alleen bij een nieuwe overtreding binnen dat jaar zal de uitsluiting van twee dagen effectief worden uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding.
De toon van de brief is strikt zakelijk en juridisch geformuleerd, typerend voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie in Nederland. Het document biedt een inkijkje in de strikte handhaving en de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse markten aan het eind van de jaren dertig. De Ten Katemarkt, gelegen in de Kinkerbuurt, was (en is) een van de drukkere markten van de stad. Hygiënevoorschriften waren streng om de openbare orde en volksgezondheid te waarborgen.
Historische noot: De geadresseerde, de heer E. Appelboom, woonde in de Louis Bothastraat in Amsterdam-Oost. Gezien de naam, de locatie en het jaartal (1939), is het zeer waarschijnlijk dat de betrokkene van Joodse afkomst was. Amsterdam-Oost kende in die tijd een grote Joodse populatie en veel marktkooplieden waren Joods. Dit geeft het document een extra historische lading, aangezien de vrijheden van Joodse Amsterdammers, inclusief hun recht om op markten te staan, korte tijd later door de Duitse bezetting drastisch en op wrede wijze zouden worden ingeperkt. E. Appelboom Marktwezen