Administratief advies/notitie betreffende marktvergunningen.
Origineel
Administratief advies/notitie betreffende marktvergunningen. 13 maart 1939. 27/25/1 Adressant, D. Hofman is d.d. 5/9 ’38 een vaste
plaats toegewezen op de markt Ten Katestraat.
Doordat schrijven 30/50 d.d. ’34 buiten beschouwing
kan worden gelaten. Meermalen is het voorgekomen
dat D. Hofman zijn plaats afstaat aan zijn zoon
en hij den helen dag niet verschijnt. Als wij dan in
dit geval marktgeld vorderen, komt de zoon in
opstand en bewerend dat hij onrechtvaardig
wordt bejegend. Met klem adviseer ik geen toestem-
ming te verleenen dat de zoon zijn vaders plaats
mag innemen, omdat dergelijke verhoudingen onge-
twijfeld moeilijkheden opleveren. Het verzoek
voor assistentie kan m.i. worden toegestaan,
onder voorwaarde dat D. Hofman bij zijn
stal aanwezig moet zijn. Indien de zoon een
plaats wenscht in te nemen, dan is hij verplicht
het verschuldigd marktgeld te betalen.
Amsterdam 13/3 ’39
[Signatuur] * Kern van het geschil: De vergunninghouder, D. Hofman, laat zijn zoon de marktkraam drijven zonder zelf aanwezig te zijn. Wanneer de marktmeesters vervolgens marktgeld proberen te innen bij de zoon, protesteert deze.
* Advies: De schrijver adviseert negatief op het verzoek om de zoon officieel de plaats van de vader te laten overnemen. Hij voorziet "moeilijkheden" bij dergelijke constructies.
* Conclusie: Assistentie door de zoon is toegestaan, mits de vader (als officiële vergunninghouder) fysiek bij de stal aanwezig is. Wil de zoon zelfstandig een plek, dan dient hij daarvoor de reguliere marktgelden te betalen.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel-ambtelijk Nederlands uit het interbellum, gekenmerkt door een zakelijke toon en het gebruik van afkortingen zoals "d.d." (de dato) en "m.i." (mijns inziens). Dit document biedt een inkijkje in het marktwezen van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katemarkt in Amsterdam Oud-West was (en is) een drukke handelsplek waar strikte gemeentelijke regels golden voor het toewijzen van plaatsen en het innen van staangelden. Het document illustreert de bureaucratische controle op marktkooplieden en de handhaving van het principe dat een vergunning persoonsgebonden is. De verwijzing naar een schrijven uit 1934 duidt op een langlopend dossier rondom deze specifieke marktplaats. D. Hofman en diens zoon. Marktwezen