Ambtelijke kennisgeving / Strafbeschikking
Origineel
Ambtelijke kennisgeving / Strafbeschikking 20 juli 1939 [Links boven, in rood:] 27/69/2
[Stempel links:] Vanwege de Politie
[Rechts boven:] A’dam, 20/7 1939
den Heer S. Springer
Lange Houtstr. 41 III
Mij is gerapporteerd, dat ~~U op 1 Juli jl. op de markt Te Katestraat~~ dat de door U bezette plaats op de markt Ten Katestraat in verontreinigden toestand heeft achtergelaten. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, waarvan u met mijn brief dd. 28 December 1938 (no. 27/76/3 M) mededeeling is gedaan.
De ~~bedoelde~~ [daarboven geschreven:] in dien brief omschreven straf, zijnde ontruiming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd.
Bovendien straf ik U, op grond van de misdraging van 1 Juli jl. met ontzegging van het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tijd van twee dagen. In dit document stelt de Amsterdamse politie een marktkoopman, de heer S. Springer, in kennis van een sanctie. De aanleiding is het vervuild achterlaten van zijn staanplaats op de Ten Katemarkt op 1 juli 1939.
De brief bevat twee strafmaatregelen:
1. Tenuitvoerlegging van een eerdere sanctie: Er wordt verwezen naar een eerdere overtreding en een brief uit december 1938. De straf die toen voorwaardelijk was opgelegd (één dag marktverbod), wordt nu effectief.
2. Nieuwe sanctie: Voor de nieuwe misdraging van 1 juli krijgt de heer Springer een extra verbod van twee dagen.
Het taalgebruik is formeel-juridisch ("verontreinigden toestand", "ten uitvoer gelegd", "ontzegging van het recht"). De doorhalingen in de tekst suggereren dat dit een conceptbrief is of dat de opsteller de formulering tijdens het schrijven heeft aangescherpt voor juridische nauwkeurigheid. De brief dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd door de politie. De Ten Katemarkt (gelegen in de Kinkerbuurt) was, en is nog steeds, een van de drukkere dagmarkten van de stad.
De hygiënevoorschriften waren streng omdat markten een potentieel risico vormden voor de volksgezondheid in dichtbevolkte wijken. Het "ontzeggen van het recht om een plaats in te nemen" was een zware sanctie voor een marktkoopman, aangezien dit direct leidde tot inkomstenderving. De heer Springer woonde blijkens de adressering in de Lange Houtstraat, een straat in de toenmalige Jodenbuurt (nabij het Waterlooplein), wat mogelijk duidt op een koopman die van de ene kant van de stad naar de andere trok voor zijn nering. S. Springer Springer woonde (De heer) Marktwezen Politie