Handgeschreven brief
Origineel
Handgeschreven brief 25 juli 1939 S. Rijne № 47/74/I M. 1939 y/z
A’dam 25 Juli ’39
zie Insp.
WelEd Heer,
Zoo het UEd bekend is, is mijn
Zoon David vergunning verleend mij
te assisteeren aan mijn kraam.
Met het oog op mijn leeftijd en het
overlijden mijner vrouw, wilde ik UEd be-
leefd verzoeken, mij vergunning te willen
verleene, om mij te mogen vervangen,
in geval van de een of andere oorzaak
hetgeen gelukkig tot op heden nog niet
noodig was.
Hopende U aan mijn bescheiden
verzoek zult voldoen, verblijf ik met de meeste
Hoogachting
S. Rijne
O. Schans 44
Standplaats Ten Katestraat De brief is een formeel verzoekschrift van een Amsterdamse markthandelaar, de heer S. Rijne, gericht aan een gemeentelijke instantie (vermoedelijk de Marktinspectie). De schrijver verzoekt om toestemming voor zijn zoon, David, om hem indien nodig volledig te vervangen bij zijn marktkraam in de Ten Katestraat.
De heer Rijne onderbouwt zijn verzoek met twee persoonlijke redenen: zijn gevorderde leeftijd en zijn status als weduwnaar ("overlijden mijner vrouw"). Hij benadrukt dat zijn zoon al wel een vergunning heeft om hem te assisteren, maar dat hij nu een officiële regeling wenst voor volledige vervanging in geval van nood. De brief is geschreven in een zeer hoffelijke, bijna nederige stijl ("bescheiden verzoek", "beleeft verzoeken"), wat kenmerkend was voor de omgang tussen burgers en overheid in het vooroorlogse Nederland. Het document dateert van juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katemarkt in Amsterdam Oud-West was een bruisend handelscentrum waar strikte regels golden voor standplaatsen en vergunningen. Deze waren strikt persoonsgebonden; vervanging door een familielid was niet vanzelfsprekend en moest officieel worden goedgekeurd.
Het adres van de afzender, Oude Schans 44, ligt in de Amsterdamse Joodse buurt. De familienaam Rijne komt veelvuldig voor in Joodse genealogische registers van die tijd. Gezien de datum van de brief bevindt de afzender zich onbewust aan de vooravond van de Duitse bezetting, die een jaar later de Joodse markthandelaren in Amsterdam volledig zou marginaliseren en uiteindelijk uitsluiten van het openbare leven. De aantekening "zie Insp." suggereert dat de brief intern is doorgeleid voor een ambtelijk advies of besluit. O. Schans Rijne onderbouwt (De heer) S. Rijne