Archiefdocument
Origineel
6 oktober 1943. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
ADELHEIDSTRAAT 300 - 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 - TELEGRAMADRES: NEDVISCEN - TELEFOON 720080 - INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
Afd. Verd. № 24206/521.
Betr. vischverdeeling.
's-Gravenhage, 6 October 1943.
[Handgeschreven: 3 x typist] [Handgeschreven: 353]
G E H E I M
[Stempel: No. 4/304/1 M. 1943 23/10]
[Handgeschreven parafen en datum: 4-11-43]
A A N
de Heeren Agenten van de Nederlandsche Visscherijcentrale.
Met ingang van 2 October 1943 is een regeling voor de verdeeling en het vervoer van de op de Zuid-Hollandsche en Zeeuwsche stroomen gevangen sardijn en blick van kracht geworden.
Deze nieuwe regeling omvat de volgende punten:
-
Voor de plaatsen Vlaardingen, Scheveningen, IJmuiden, de combinatie Katwijk-Noordwijk en de combinatie Monnikendam-Volendam wordt een centrale verdeeling ingevoerd. Deze plaatsen komen resp. in aanmerking voor 29%, 14%, 12%, 9% en 12%, welk percentage zij op elke aanvoerplaats ontvangen, waarna de blick en sardijn in de desbetreffende plaats volgens een verdeellijst zal worden verdeeld onder de handelaren.
-
Sardijn en blick mag slechts worden aangevoerd en afgeleverd aan de daarvoor aangewezen afslagen en agentschappen. Hiervan uitgezonderd Hellevoetsluis, waar echter slechts mag worden aangevoerd door visschers, die te Hellevoetsluis thuis behooren.
-
Indien een visscher met versche sardijn en blick een haven binnenloopt, moet deze visch aldaar onmiddellijk in verdeeling worden gebracht.
-
Ophalen van visch is niet verboden, doch alle opgehaalde visch valt zonder uitzondering in de verdeeling van de plaats, waar wordt aangevoerd, terwijl het ophaalloon voor rekening van den visscher komt. Het feit, dat een bepaald handelaar zijn vaten heeft medegegeven, kan hierin geen verandering brengen. Alle eventueel verleende vergunningen, welke hiermede in strijd zijn, worden beschouwd als te zijn vervallen.
-
Weervisschers, die zich dicht bij een aanvoerplaats bevinden, dienen hun vangst aldaar af te leveren. Indien zij te ver van een aanvoerplaats verwijderd zijn, wordt de visch via den aangewezen groothandelaar in verdeeling gebracht.
-
De vaten worden uit de centrale verdeelplaatsen door de aldaar benoemde commissies, na kennisgeving aan den Dienst van de Nederlandsche Haringcontrole, welke controleert, of slechts de voorgeschreven origineele Scheeps-, Noorsche- of Schotsche tonnen, welke goed dienen te zijn verbonden, worden gebruikt, verzonden naar de aanvoerplaatsen.
Indien door gebrek aan de voorgeschreven tonnen zgn. 100 kg tonnen worden gebruikt, zullen eventueele klachten over een te gering netto gewicht door de Nederlandsche Visscherijcentrale niet worden onderzocht. In de aanvoerplaats worden de tonnen in ontvangst genomen door den commissiekooper/eersten groothandelaar. Op deze vaten moet zijn vermeld de voorletter van de firma, die ze verzendt, alsmede de letter van de plaats, waar deze firma is gevestigd. Zoo mogelijk met witte verf.
Z.O.Z.
[(A) 23363 - '42 - K 983] Dit document is een officiële circulair die de strakke regie over de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting illustreert. De kernpunten zijn:
- Strikte Distributie: De Nederlandsche Visscherijcentrale voert een quotumsysteem in voor de belangrijkste vissershavens. Vlaardingen krijgt met 29% het grootste aandeel toegewezen.
- Centralisatie: De regeling beoogt de handel in sardijn en blick (sprot) volledig te controleren om de zwarte handel tegen te gaan. Vissers worden verplicht hun vangst direct ter verdeling aan te bieden.
- Logistieke Voorschriften: Er zijn specifieke eisen voor de verpakking (vaten). Het gebruik van "Scheeps-, Noorsche- of Schotsche tonnen" wijst op een tekort aan kwalitatief verpakkingsmateriaal, waarbij de NVC geen verantwoordelijkheid neemt voor gewichtsafwijkingen bij gebruik van alternatieve 100 kg tonnen.
- Verval van Vergunningen: Punt 4 vernietigt alle eerder verleende uitzonderingsposities, wat wijst op een totale herstructurering van de marktwerking naar een centraal geleid model. In oktober 1943 bevond Nederland zich in de diepste fase van de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was kritiek en stond onder direct toezicht van de bezetter en collaborerende instanties. De Nederlandsche Visscherijcentrale fungeerde als een overheidsorgaan dat de visserijsector moest reguleren volgens de eisen van de oorlogseconomie.
Sardijn en blick waren essentieel voor de volksvoeding (vaak ingeblikt). De aanduiding "GEHEIM" op dit document is veelzeggend; informatie over voedselvoorraden en distributiesleutels werd als strategisch beschouwd. De vermelding van "Zuid-Hollandsche en Zeeuwsche stroomen" duidt op de beperkte bewegingsvrijheid van de vissersvloot, die vanwege de Atlantikwall en mijnengevaar grotendeels beperkt was tot de binnenwateren en de kustzone. De handgeschreven notities en stempels laten de bureaucratische verwerking binnen de organisatie zien in de weken na de officiële ingangsdatum van de regeling.