Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 20
Dossier 2A
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel overheidsbesluit / instructieblad (pagina 4 en 5 uit een grotere publicatie of circulair).

1943 (gebaseerd op tekstuele voorbeelden die verwijzen naar augustus/september 1943).

Origineel

Officieel overheidsbesluit / instructieblad (pagina 4 en 5 uit een grotere publicatie of circulair). 1943 (gebaseerd op tekstuele voorbeelden die verwijzen naar augustus/september 1943). [Pagina 4]

— 4 —

Verandering van groentehandelaar.
Wenscht men van groentehandelaar te veranderen, dan dient men in de derde week van de periode, voorafgaande aan de periode, gedurende welke men van den nieuwen handelaar groente en fruit wenscht te ontvangen, de „groente”bonnen bij den nieuwen handelaar in te leveren.
De gezinskaart voor de periode moet dan uiteraard door den nieuwen handelaar worden ingevuld.

BIJZONDERE GEVALLEN.

Vestiging in het z.g. groentegebied.
De na-uitreiking van groentekaarten mag, in tegenstelling tot die van de gewone bonkaarten, slechts plaats vinden gedurende de eerste twee weken van de periode, volgende op die, waarin de gewone uitreiking plaats had.
Bij vestiging in het z.g. groentegebied worden twee gevallen onderscheiden:

a) Vestiging in de eerste of tweede week van een periode.
Er wordt in dit geval een groentekaart na-uitgereikt. Deze groentekaart dient voor de voorziening gedurende de daaropvolgende periode. De daarvoor aangewezen bon van de groentekaart moet dus in de eerste drie dagen van de derde week van de periode, waarin de vestiging plaats vindt, bij den handelaar worden ingeleverd.
Bij de na-uitreiking wordt tevens voor elk gezinslid een „rantsoenbon” „Groente” uitgereikt. De „rantsoenbon” dient ter voorziening gedurende het restant der loopende periode. De „rantsoenbonnen” worden bij den handelaar ingeleverd, die het gezin op de klantenlijst voor de loopende periode noteert, een gezinskaart voor de loopende periode invult en aan betrokkene uitreikt.
De handelaar moet zich met de ontvangen „rantsoenbonnen” tot het P.V.K. wenden, welke instantie den handelaar op basis van het aantal „rantsoenbonnen”, zoo noodig, extra zal bevoorraden. De „rantsoenbonnen” moeten derhalve niet bij den distributiedienst worden ingeleverd.

Voorbeeld: Vestiging in het „groentegebied” op 17 Augustus 1943 (d.i. in de tweede week van de negende periode). De groentekaart N 419 wordt na-uitgereikt en tevens wordt voor elk gezinslid een rantsoenbon „Groente” uitgereikt. De „rantsoenbonnen” worden direct bij den handelaar ingeleverd, die voor het restant der negende periode een gezinskaart uitreikt en den nieuwen klant, onder aanstreping van de gezinskaart, groente en fruit levert. De daarvoor aangewezen bon van de groentekaart N 419 wordt op 23, 24 of 25 Augustus 1943 bij den handelaar ingeleverd, ten einde gedurende de 10de periode groente en fruit te kunnen betrekken.

b) Vestiging in de derde of vierde week van een periode.
In dit geval wordt aan betrokkenen een rantsoenbon „Groente” uitgereikt. Deze dient voor de voorziening gedurende het restant van de periode, waarin de vestiging plaats vindt, alsmede gedurende de daaropvolgende periode. Bij de inlevering van een „rantsoenbon” gedurende de derde en vierde week van een periode schrijft de handelaar het betrokken gezin dus in op de klantenlijst van de loopende en de daaropvolgende periode en verstrekt een dienovereenkomstig ingevulde gezinskaart.
In de derde of vierde week van een periode wordt tevens een groentekaart verstrekt, waarvan de uitreiking normaal in die periode plaats vindt. De daarvoor aangewezen bon van deze groentekaart kan dan eerst in de
-- derde --

[Pagina 5]

— 5 —

derde week van de periode, welke volgt op die, waarin de vestiging plaats vond, bij den groentehandelaar worden ingeleverd ter voorziening gedurende de daaropvolgende periode (d.i. de tweede periode na die, waarin de vestiging plaats vond).

Voorbeeld: Vestiging op 25 Augustus 1943. De distributiedienst verstrekt een „rantsoenbon” „Groente” alsmede de groentekaart, die in de 9de periode algemeen wordt uitgereikt. De „rantsoenbon” wordt bij den handelaar ingeleverd en dient voor de voorziening gedurende het restant van de 9de periode en de geheele 10de periode. De bon van de tevens uitgereikte groentekaart kan eerst op 20, 21 of 22 September 1943 bij den handelaar worden ingeleverd ter voorziening gedurende de 11de periode 1943.

Het toewijzen van groente en fruit voor ingeleverde „rantsoenbonnen”.
Het P.V.K. zal derhalve voor bij haar ingeleverde „rantsoenbonnen”, afhankelijk van het tijdstip van inlevering der bonnen, boven de ingeleverde toewijzingen groente en fruit toewijzen:
a) bij inlevering van rantsoenbonnen door een handelaar in de 3de week van een periode, voor een tijdvak van 6 weken;
b) in de 4de week van een periode voor een tijdvak van 5 weken;
c) in de 1ste week van een periode voor 4 weken;
d) in de 2de week van een periode voor 3 weken.

Gezinsvermeerdering.
In gevallen van geboorte wordt op dezelfde wijze gehandeld als hierboven is beschreven voor gevallen van vestiging in het groentegebied.

Tijdelijk verblijf e.d.
Bij tijdelijk verblijf in het groentegebied worden geen maatregelen getroffen. Er mogen derhalve voor dat geval geen rantsoenbonnen „Groente” worden uitgereikt.

Verhuizing binnen het groentegebied.
Bij verhuizing binnen het groentegebied, hetzij binnen de gemeente, hetzij van de eene gemeente naar de andere, kan men overgaan op een anderen groentehandelaar.
Hierbij moet de in gebruik zijnde gezinskaart bij Uw Dienst worden ingeleverd. Na contrôle door middel van het Persoonsbewijs of betrokkene inderdaad verhuisd is, kunt U aan betrokkene een rantsoenbon „Groente” uitreiken.
Met dezen rantsoenbon moet op dezelfde wijze gehandeld worden, zooals hierboven is beschreven voor gevallen van vestiging in het groentegebied.

Contrôle op inschrijving bij een groentehandelaar.
Het ligt in de bedoeling, regelmatig steekproefgewijze door het P.V.K. te doen nagaan of een gezin eventueel bij meer dan één handelaar is ingeschreven. In dergelijke gevallen zullen tegen betrokkenen maatregelen worden genomen.

VOORZIENING INSTELLINGEN e.d.
Voor de „instellingen” dient U, per persoon, die in de instelling aanwezig is, in de 2de week van de periode een rantsoenbon „Groente” uit te reiken. Dit aantal personen wordt in dit geval bepaald door voor elke 10 kg aardappelen, waarvoor de „instelling” de afgeloopen periode of maand toewijzingen of rantsoenbonnen heeft ontvangen, één rantsoenbon „groente” te verstrekken. Afronding geschiedt naar boven. Ter voorziening in de 9de periode met groente dienen deze rantsoenbonnen thans zoo spoedig mogelijk te worden uitgereikt.
— VERANTWOORDING. —

--- Dit document is een gedetailleerde instructie betreffende de distributie van groente en fruit in Nederland tijdens de bezettingsjaren. Het richt zich op de administratieve procedures rondom "rantsoenbonnen" en "gezinskaarten".

De tekst legt de nadruk op bureaucratische nauwkeurigheid:
1. Registratie: Burgers moesten zich bij één specifieke handelaar inschrijven.
2. Mobiliteit: Er worden strikte regels beschreven voor mensen die verhuizen naar of binnen een zogenaamd "groentegebied", inclusief hoe zij bonnen moeten inleveren afhankelijk van de week waarin zij zich vestigen.
3. Controle: Er wordt expliciet gewaarschuwd voor controles door het P.V.K. (Provinciaal Voedselcommissariaat) om fraude, zoals dubbele inschrijvingen, tegen te gaan.
4. Uitzonderingen: Er is specifieke aandacht voor gezinsvermeerdering (geboorte) en de bevoorrading van instellingen (zoals ziekenhuizen of tehuizen).

Het taalgebruik is formeel en directief, typerend voor overheidscommunicatie uit die tijd.

--- Dit document stamt uit 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening volledig onder controle had. Door de oorlogsomstandigheden en de export van goederen naar Duitsland ontstonden grote tekorten. Het distributiestelsel was noodzakelijk om een eerlijke (zij het minimale) verdeling van basisbehoeften te garanderen en de zwarte handel te beperken.

De genoemde instantie, het P.V.K., staat voor het Provinciaal Voedselcommissariaat. Dit was een onderdeel van de uitgebreide bureaucratie die de voedselvoorziening reguleerde. Het systeem met periodes (meestal van 4 weken) zorgde ervoor dat de overheid de beschikbare voorraden per maand kon plannen.

De tekst illustreert de verstikkende mate van regelgeving waar de burger mee te maken kreeg: zelfs voor zoiets basaals als de aankoop van groente was men gebonden aan strikte termijnen, specifieke handelaren en een uitgebreide papierwinkel (persoonsbewijzen, rantsoenbonnen en gezinskaarten).

Samenvatting

Dit document is een gedetailleerde instructie betreffende de distributie van groente en fruit in Nederland tijdens de bezettingsjaren. Het richt zich op de administratieve procedures rondom "rantsoenbonnen" en "gezinskaarten".

De tekst legt de nadruk op bureaucratische nauwkeurigheid:
1. Registratie: Burgers moesten zich bij één specifieke handelaar inschrijven.
2. Mobiliteit: Er worden strikte regels beschreven voor mensen die verhuizen naar of binnen een zogenaamd "groentegebied", inclusief hoe zij bonnen moeten inleveren afhankelijk van de week waarin zij zich vestigen.
3. Controle: Er wordt expliciet gewaarschuwd voor controles door het P.V.K. (Provinciaal Voedselcommissariaat) om fraude, zoals dubbele inschrijvingen, tegen te gaan.
4. Uitzonderingen: Er is specifieke aandacht voor gezinsvermeerdering (geboorte) en de bevoorrading van instellingen (zoals ziekenhuizen of tehuizen).

Het taalgebruik is formeel en directief, typerend voor overheidscommunicatie uit die tijd.


Historische Context

Dit document stamt uit 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening volledig onder controle had. Door de oorlogsomstandigheden en de export van goederen naar Duitsland ontstonden grote tekorten. Het distributiestelsel was noodzakelijk om een eerlijke (zij het minimale) verdeling van basisbehoeften te garanderen en de zwarte handel te beperken.

De genoemde instantie, het P.V.K., staat voor het Provinciaal Voedselcommissariaat. Dit was een onderdeel van de uitgebreide bureaucratie die de voedselvoorziening reguleerde. Het systeem met periodes (meestal van 4 weken) zorgde ervoor dat de overheid de beschikbare voorraden per maand kon plannen.

De tekst illustreert de verstikkende mate van regelgeving waar de burger mee te maken kreeg: zelfs voor zoiets basaals als de aankoop van groente was men gebonden aan strikte termijnen, specifieke handelaren en een uitgebreide papierwinkel (persoonsbewijzen, rantsoenbonnen en gezinskaarten).

Kooplieden in dit dossier 8