Bijlage bij een overheidsbesluit (Visscherijbesluit 1941).
Origineel
Bijlage bij een overheidsbesluit (Visscherijbesluit 1941). 16 september 1943. N.V.C.
№ 466.
BIJLAGE behoorende bij het Zeventiende Uitvoeringsbesluit
van het Visscherijbesluit 1941 (Regeling controle vischverdeeling gemeenten).
I. Als gemeente, bedoeld in artikel 1 van het Zeventiende Uitvoeringsbesluit, voornoemd, wordt aangewezen:
1. de gemeente Amsterdam;
2. " " Utrecht;
3. " " 's-Gravenhage, waaronder mede begrepen de gemeenten Voorburg, Wassenaar en Rijswijk;
4. " " Rotterdam; met uitzondering van Hoek van Holland;
5. " " Enschede;
6. " " Haarlem, waaronder mede begrepen de gemeenten Heemstede en Bloemendaal.
II. Als verdeelplaats, bedoeld in artikel 1 van het Zeventiende Uitvoeringsbesluit, voornoemd, wordt aangewezen:
1. voor de gemeente Amsterdam: de gemeentelijke vischafslag aldaar; het zgn. buitenterrein van dezen vischafslag daaronder niet begrepen;
2. voor de gemeente Utrecht: de gemeentelijke vischafslag aldaar;
3. voor de gemeente 's-Gravenhage: de gebouwen van den vischafslag aldaar;
4. voor de gemeente Rotterdam: de gemeentelijke vischafslag aldaar;
5. voor de gemeente Enschede: de gebouwen van het Openbaar Slachthuis aldaar;
6. voor de gemeente Haarlem: de gebouwen van de vischhal aldaar.
16-9-43.
St/Gr. Dit getypte document is een officiële bijlage bij het 'Zeventiende Uitvoeringsbesluit' van het Visscherijbesluit uit 1941. Het heeft als specifiek doel het juridisch vastleggen van de locaties waar de distributie en controle van vis moet plaatsvinden in zes grote Nederlandse stedelijke centra (Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam, Enschede en Haarlem).
In de eerste sectie (I) worden de betreffende gemeenten gedefinieerd. Opvallend is dat voor steden als Den Haag en Haarlem ook de omliggende randgemeenten expliciet worden meegerekend, terwijl Hoek van Holland specifiek wordt uitgesloten van de regio Rotterdam. In de tweede sectie (II) worden de exacte fysieke locaties voor de visdistributie aangewezen. In de meeste steden betreft dit de gemeentelijke visafslag, maar in Enschede is dit het Openbaar Slachthuis en in Haarlem de vishal.
Het document is een voorbeeld van de vergaande bureaucratische regulering van de voedselvoorziening. Door specifieke locaties aan te wijzen, kon de overheid de stroom van visproducten nauwgezet controleren, wat noodzakelijk was voor de uitvoering van het distributiestelsel (de bonnenkaarten). Het document dateert van september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de gehele voedselproductie en -distributie onder streng toezicht van de bezetter. Het 'Visscherijbesluit 1941' was de wettelijke basis voor deze centrale sturing. De afkorting N.V.C. staat waarschijnlijk voor de Nederlandsche Visscherij Centrale, een overheidsorgaan dat toezag op de visserijsector.
Tijdens de oorlogsjaren was er een chronisch tekort aan dierlijke eiwitten. Vis was een cruciaal onderdeel van het dieet, maar de vangst was sterk gedaald doordat de Noordzee grotendeels verboden gebied was voor de visserijvloot. Om zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat de beperkte voorraad bij de centrale distributie terechtkwam, werden alle transacties verplicht gecentraliseerd op de hierboven genoemde locaties. De nauwkeurige omschrijvingen (zoals het uitsluiten van het buitenterrein in Amsterdam) dienden om elk juridisch achterdeurtje voor illegale handel te sluiten.