Archiefdocument
Origineel
Amsterdam, 8 november 1943. A. J. van Rijsbergen, Vondellaan 51, Driehuis N.H. A. J. VAN RIJSBERGEN
VONDELLAAN 51
DRIEHUIS N.H.
===
TEL. 5720
Amsterdam, 8 November 1943
Nederlandsche Visscherijcentrale
2e Adelheidstraat 300
's GRAVENHAGE.
Mijne Heeren,
Op 4 November j.l. voerde onze firma H. Wijnschenk op de Amsterdamsche afslag een partij zeevisch aan. Bij de afrekening was een bon no. 492/1, vermeldende dat 50 KG. Schol III op last van den keurmeester aan de commissie was afgeleverd. Met deze commissie zal wel bedoeld worden de Commissie Lammers e.o.
Op denzelfden dag werden door ons aangevoerd 158 KG. garnalen. Wij waren met dit partijtje tusschen 16.15 & 16.30 uur op de afslag. Diverse koopers bevonden zich nog op de terreinen van de afslag. Desniettegenstaande werd deze geheele zending op last van den keurmeester onmiddellijk verdeeld onder de commissieleden en hoewel wij zelf winkels hebben, en een onzer vertegenwoordigers aanwezig was, bekwamen wij niets.
Met dergelijke "onder-onsjes" kunnen wij geen genoegen nemen en wij verzoeken U de noodige maatregelen te willen nemen, opdat dergelijke feiten zich niet meer zullen voordoen, ofwel ons de autorisatie te geven, onze visch en garnalen direkt in onze winkels te mogen afleveren.
Wij verwachten op dit schrijven een omgaand schrijven en teekenen,
Hoogachtend
A.J. van Rijsbergen
[Handtekening] * Inhoud: De schrijver klaagt namens de firma H. Wijnschenk over de gang van zaken op de visafslag in Amsterdam op 4 november 1943. Hij meldt dat 50 kg schol en 158 kg garnalen op last van een keurmeester direct aan een commissie (Commissie Lammers) zijn toegewezen, zonder dat de eigen firma — die nota bene winkels te bevoorraden heeft — iets van de eigen aanvoer mocht behouden of kon kopen.
* Terminologie: De term "onder-onsjes" duidt op een beschuldiging van vriendjespolitiek, corruptie of onreglementaire bevoordeling van commissieleden ten koste van de reguliere handel.
* Eis: De afzender eist ofwel een verbod op deze praktijken, ofwel toestemming om de afslag te omzeilen en direct aan de eigen winkels te leveren. * Tijdsgewricht: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (november 1943). In deze periode was er sprake van grote schaarste en stond de voedselvoorziening onder strikt toezicht van centrale organen.
* De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een door de bezetter ingesteld orgaan (onderdeel van de Akkerbouwcentrale/Voedselvoorziening) dat de gehele visketen controleerde, van vangst tot distributie.
* Schaarste en distributie: Omdat vis een schaars goed was, werd de verdeling streng gereguleerd via afslagen en commissies. De brief illustreert de spanningen tussen de centrale distributiemacht (de keurmeesters en commissies) en de particuliere handelaren die hun eigen nering zagen verdwijnen door vorderingen.
* Commissie Lammers: Dit verwijst waarschijnlijk naar een lokale distributie- of toewijzingscommissie die bepaalde groepen (zoals ziekenhuizen, gaarkeukens of wellicht bevoorrechte groepen) van voedsel moest voorzien. De klacht suggereert echter dat de leden van deze commissie zichzelf bevoordeelden.