Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 103
Dossier 103
Jaar 1943
Stadsarchief

Afschrift van een zakelijke brief (klacht).

8 november 1943. Van: A.J. van Rijsbergen (Vondellaan 51, Driehuis N.H.), namens de firma H. Wijnschenk.

Origineel

Afschrift van een zakelijke brief (klacht). 8 november 1943. A.J. van Rijsbergen (Vondellaan 51, Driehuis N.H.), namens de firma H. Wijnschenk. A F S C H R I F T .

A.J. van Rijsbergen
Vondellaan 51
DRIEHUIS N.H.

Amsterdam, 8 November 1943.

Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e. Adelheidstraat 300
's-GRAVENHAGE;

Mijne Heeren,

Op 4 November j.l. voerde onze firma H.Wijnschenk op de Amsterdamsche afslag een partij zeevisch aan. Bij de afrekening was een bon № 492/1, vermeldende dat 50 kg schol III op last van den keurmeester aan de commissie was afgeleverd.

Op denzelfden dag werden door ons aangevoerd 158 kg garnalen. Wij waren met dit partijtje tusschen 16.15 & 16.30 uur op de afslag. Diverse koopers bevonden zich nog op de terreinen van de afslag. Desniettegenstaande werd deze geheele zending op last van den keurmeester onmiddellijk verdeeld onder de commissieleden en hoewel wij zelf winkels hebben en een onzer vertegenwoordigers aanwezig was, bekwamen wij niets.

Met dergelijke "onder-onsjes" kunnen wij geen genoegen nemen en wij verzoeken U de noodige maatregelen te willen nemen, opdat dergelijke feiten zich niet meer zullen voordoen, of wel ons de autorisatie te geven, onze visch en garnalen direkt in onze winkels te mogen afleveren.

Wij verwachten op dit schrijven een omgaand schrijven en teekenen,

Hoogachtend,
w.j. A.J. van Rijsbergen,

voor eensluidend afschrift,
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,

[Handtekening onleesbaar]

P.S. Copie van dit schrijven ter kennisgeving aan de Directie Centrale Markthallen te Amsterdam. * Inhoud: De brief is een felle formele klacht over corruptie of vriendjespolitiek bij de visafslag in Amsterdam. De afzender stelt dat op 4 november 1943 een aanzienlijke hoeveelheid vis (50 kg schol) en garnalen (158 kg) door een keurmeester in beslag is genomen of buiten de reguliere handel om is verdeeld onder "commissieleden".
* Kern van het bezwaar: Van Rijsbergen protesteert tegen deze "onder-onsjes". Hij wijst erop dat er nog gewone kopers aanwezig waren en dat zijn eigen firma, die zelf winkels exploiteert, volledig werd gepasseerd.
* Eis: De afzender eist dat dit stopt, of dat hij toestemming krijgt om de afslag te omzeilen en direct aan zijn eigen winkels te leveren.
* Vorm: Het betreft een getypt afschrift van de originele brief, wat aangeeft dat deze correspondentie werd gearchiveerd of gedeeld met andere instanties (zoals de Directie Centrale Markthallen). De spelling is de toen gebruikelijke vooroorlogse spelling (bijv. "zeevisch", "schrijven"). Deze brief moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). In november 1943 was er sprake van grote schaarste en een strikte distributie van voedsel.

De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserij en de distributie van vis. Vanwege de schaarste was er veel sprake van de zwarte markt en corruptie. Ambtenaren of commissieleden konden hun positie misbruiken om schaarse goederen (zoals 158 kg garnalen) buiten de officiële kanalen om te bemachtigen.

De klacht van Van Rijsbergen illustreert de frustratie van legitieme handelaren die probeerden binnen het systeem te werken, terwijl ze zagen dat goederen door toezichthouders ("keurmeesters") werden achtergehouden voor eigen gebruik of voor een selecte groep bevoorrechten. Het feit dat hij de directie van de Centrale Markthallen op de hoogte stelt, toont aan hoe hoog de zaak werd opgenomen.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een felle formele klacht over corruptie of vriendjespolitiek bij de visafslag in Amsterdam. De afzender stelt dat op 4 november 1943 een aanzienlijke hoeveelheid vis (50 kg schol) en garnalen (158 kg) door een keurmeester in beslag is genomen of buiten de reguliere handel om is verdeeld onder "commissieleden".
  • Kern van het bezwaar: Van Rijsbergen protesteert tegen deze "onder-onsjes". Hij wijst erop dat er nog gewone kopers aanwezig waren en dat zijn eigen firma, die zelf winkels exploiteert, volledig werd gepasseerd.
  • Eis: De afzender eist dat dit stopt, of dat hij toestemming krijgt om de afslag te omzeilen en direct aan zijn eigen winkels te leveren.
  • Vorm: Het betreft een getypt afschrift van de originele brief, wat aangeeft dat deze correspondentie werd gearchiveerd of gedeeld met andere instanties (zoals de Directie Centrale Markthallen). De spelling is de toen gebruikelijke vooroorlogse spelling (bijv. "zeevisch", "schrijven").

Historische Context

Deze brief moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). In november 1943 was er sprake van grote schaarste en een strikte distributie van voedsel.

De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserij en de distributie van vis. Vanwege de schaarste was er veel sprake van de zwarte markt en corruptie. Ambtenaren of commissieleden konden hun positie misbruiken om schaarse goederen (zoals 158 kg garnalen) buiten de officiële kanalen om te bemachtigen.

De klacht van Van Rijsbergen illustreert de frustratie van legitieme handelaren die probeerden binnen het systeem te werken, terwijl ze zagen dat goederen door toezichthouders ("keurmeesters") werden achtergehouden voor eigen gebruik of voor een selecte groep bevoorrechten. Het feit dat hij de directie van de Centrale Markthallen op de hoogte stelt, toont aan hoe hoog de zaak werd opgenomen.

Kooplieden in dit dossier 8