Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 112
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / Briefontwerp

Origineel

Ambtelijke notitie / Briefontwerp onderwerp:
R. Dunkerley en
P Bakker te
Durgerdam.

[In rood:] 46B/317/2 '43 af Bedrijfsschap

n.a.v. Uwe brief d.d. 17 Nov. j.l. no.
27823 V/LAN, bericht ik U, dat blijkens de
kleinhandelaars R. Dunkerley en P. Bakker, te Durger-
dam, die beiden visch van buiten ontvangen, deze
visch aan den afslag alhier inleverden, zij ontegen-
zeggelijk recht hebben op een toewijzing visch in
de verdeeling aan den afslag alhier.
Na door mij gevoerde bespreking,
o.a. met de leden der verdeelingscommissie
alhier, kan ik er echter niet accoord
mede gaan, dat de door hen ingezonden visch
in haar geheel weer in de verdeeling aan hen
wordt toegewezen.

[Paraaf:] GD [gevolgd door een rood merkteken] De tekst betreft een administratieve beslissing over de visquota van twee specifieke handelaren uit Durgerdam. De kern van het geschil is dat deze handelaren vis van buitenaf aanvoerden en bij de lokale afslag inleverden. Hoewel de schrijver erkent dat zij hierdoor recht hebben op een aandeel in de lokale visverdeling, maakt hij bezwaar tegen het idee dat zij precies de hoeveelheid die zij zelf hebben ingebracht, ook weer volledig toegewezen krijgen. Dit duidt op een centraal gestuurd distributiesysteem waarbij de individuele inbreng ten goede moet komen aan de algemene voorraad voordat het opnieuw wordt verdeeld. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (gezien het jaartal 1943). In deze tijd was er sprake van een strikt distributiestelsel voor voedsel en schaarsteproducten, waaronder vis. Het "Bedrijfsschap" (waarschijnlijk het Bedrijfschap voor de Visscherij) hield toezicht op de eerlijke verdeling om zwarte handel te voorkomen en de voedselvoorziening te reguleren. Durgerdam, een vissersdorp aan het IJ (toen net onderdeel van de gemeente Amsterdam), viel onder de jurisdictie van de lokale verdeelingscommissie die hier wordt genoemd. De brief weerspiegelt de bureaucratische omgang met de spanning tussen individuele handel en collectieve distributieregels tijdens de oorlogsjaren. R. Dunkerley en P. Bakker

Samenvatting

De tekst betreft een administratieve beslissing over de visquota van twee specifieke handelaren uit Durgerdam. De kern van het geschil is dat deze handelaren vis van buitenaf aanvoerden en bij de lokale afslag inleverden. Hoewel de schrijver erkent dat zij hierdoor recht hebben op een aandeel in de lokale visverdeling, maakt hij bezwaar tegen het idee dat zij precies de hoeveelheid die zij zelf hebben ingebracht, ook weer volledig toegewezen krijgen. Dit duidt op een centraal gestuurd distributiesysteem waarbij de individuele inbreng ten goede moet komen aan de algemene voorraad voordat het opnieuw wordt verdeeld.

Historische Context

Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (gezien het jaartal 1943). In deze tijd was er sprake van een strikt distributiestelsel voor voedsel en schaarsteproducten, waaronder vis. Het "Bedrijfsschap" (waarschijnlijk het Bedrijfschap voor de Visscherij) hield toezicht op de eerlijke verdeling om zwarte handel te voorkomen en de voedselvoorziening te reguleren. Durgerdam, een vissersdorp aan het IJ (toen net onderdeel van de gemeente Amsterdam), viel onder de jurisdictie van de lokale verdeelingscommissie die hier wordt genoemd. De brief weerspiegelt de bureaucratische omgang met de spanning tussen individuele handel en collectieve distributieregels tijdens de oorlogsjaren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Durgerdam Amsterdam (de "afslag alhier")

Kooplieden in dit dossier 8