Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 113
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Dienstbrief (doorslag).

10 januari 1944. Van: De Directeur (vermoedelijk van een lokale visafslag). Aan: Den Heer Directeur van het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten, 's-Gravenhage.

Origineel

Dienstbrief (doorslag). 10 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van een lokale visafslag). Den Heer Directeur van het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten, 's-Gravenhage. Handgeschreven aantekening bovenaan: Verzonden 10/1

46a/317/2'43 M. 10 Januari 1944. vB/SV.

Kl.Duinkerken en
P.Bakker te Durger-
dam.

Den Heer Directeur van het
Bedrijfsschap voor
Visscherijproducten,

2e Adelheidstraat 200,

's-Gravenhage.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 November jl. no. 27823V/Ian. bericht ik U, dat indien de kleinhandelaren K.Duinkerken en P.Bakker te Durgerdam, die beiden visch van buiten ontvangen, deze visch aan den afslag alhier inzenden, zij ontegenzeggelijk recht hebben op een toewijzing visch in de verdeeling aan den afslag alhier.

Na door mij gevoerde besprekingen onder andere met de leden der verdeelingscommissie alhier, kan ik er echter niet accoord mede gaan, dat de door hen ingezonden visch in haar geheel weer in de verdeeling aan hen wordt toegewezen.

De Directeur, Deze brief betreft een bureaucratisch geschil over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee kleinhandelaren uit Durgerdam, K. Duinkerken en P. Bakker, voeren vis aan die van "buiten" komt (waarschijnlijk buiten de directe regio of via niet-standaard kanalen). De afzender, directeur van een lokale visafslag, bevestigt dat zij recht hebben op een deel van de vis wanneer zij deze via zijn afslag laten lopen.

Echter, er is een conflict over de hoeveelheid: de handelaren willen waarschijnlijk al hun ingebrachte vis zelf weer terugkopen/toegewezen krijgen voor hun eigen handel. De directeur, gesteund door de lokale 'verdeelingscommissie', weigert dit. Dit duidt op de strikte controle op voedselstromen; de overheid wilde voorkomen dat handelaren eigen voorraden volledig buiten het algemene distributiesysteem hielden, zelfs als zij de vis zelf hadden bemachtigd. De brief is gedateerd op 10 januari 1944, midden in de bezettingstijd waarin schaarste en rantsoenering het dagelijks leven beheersten. Het 'Bedrijfsschap voor Visscherijproducten' was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de productie en distributie van vis.

In deze periode was voedselvoorziening een kritieke zaak. De Duitsers hadden 'Bedrijfsschappen' en 'Landstand' organisaties in het leven geroepen om de Nederlandse economie en voedselproductie te centraliseren en te controleren. Lokale verdeelingscommissies moesten ervoor zorgen dat de schaarse goederen volgens de geldende (en vaak per regio verschillende) regels werden verspreid. De spanning in deze brief tussen lokale belangen van kleine ondernemers en de centrale distributiedwang is kenmerkend voor de economische verhoudingen tijdens de late oorlogsjaren.

Samenvatting

Deze brief betreft een bureaucratisch geschil over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee kleinhandelaren uit Durgerdam, K. Duinkerken en P. Bakker, voeren vis aan die van "buiten" komt (waarschijnlijk buiten de directe regio of via niet-standaard kanalen). De afzender, directeur van een lokale visafslag, bevestigt dat zij recht hebben op een deel van de vis wanneer zij deze via zijn afslag laten lopen.

Echter, er is een conflict over de hoeveelheid: de handelaren willen waarschijnlijk al hun ingebrachte vis zelf weer terugkopen/toegewezen krijgen voor hun eigen handel. De directeur, gesteund door de lokale 'verdeelingscommissie', weigert dit. Dit duidt op de strikte controle op voedselstromen; de overheid wilde voorkomen dat handelaren eigen voorraden volledig buiten het algemene distributiesysteem hielden, zelfs als zij de vis zelf hadden bemachtigd.

Historische Context

De brief is gedateerd op 10 januari 1944, midden in de bezettingstijd waarin schaarste en rantsoenering het dagelijks leven beheersten. Het 'Bedrijfsschap voor Visscherijproducten' was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de productie en distributie van vis.

In deze periode was voedselvoorziening een kritieke zaak. De Duitsers hadden 'Bedrijfsschappen' en 'Landstand' organisaties in het leven geroepen om de Nederlandse economie en voedselproductie te centraliseren en te controleren. Lokale verdeelingscommissies moesten ervoor zorgen dat de schaarse goederen volgens de geldende (en vaak per regio verschillende) regels werden verspreid. De spanning in deze brief tussen lokale belangen van kleine ondernemers en de centrale distributiedwang is kenmerkend voor de economische verhoudingen tijdens de late oorlogsjaren.

Kooplieden in dit dossier 8