Brief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie) 17 december 1943 De Wethouder voor de Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen [Links boven:]
№ 161 [blauw stempel]
[Stempel van het wapen van Amsterdam]
[Midden boven:]
L.M. 1943 22/12 [stempel/getypt]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 197, kamer 28 Telefoon 43130, 43321 Toestel 28
[Rechts boven:]
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum,
het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden.
[handgeschreven:] 67'
[Linker kolom:]
Postgiro 13500 (193)
Gemeentegiro (193)
Afd. Ass.Z. en W.A. No. 7/396
Bijlagen: 1
Datum: 17 December 1943.
[Geadresseerde:]
Aan den Heer Wethouder voor de Levens-
middelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad-
en Zweminrichtingen.
[handgeschreven paraaf:] f m t k f
[Brieftekst:]
Met terugzending van het mij bij Uw kantschrijven dd. 11 Februari
j.l. no. 161 L.M. 1943/11/2 toegezonden schrijven, deel ik U het volgende
mede.
De vordering van de firma v.d. Burg & Zonen bestond uit een bedrag
ad f 190.-, alsmede vergoeding voor fust ad f 325.-. Het bleek moge-
lijk het fust terstond te retourneeren, zoodat nog regeling van de
vordering ad f 190.- restte. Uit het ingestelde onderzoek is komen
vast te staan, dat de wijze, waarop de netto inhoud van de vaten is
gecontroleerd, niet zoodanig is geweest, dat het bewijs kon worden
geleverd, dat de gemeente inderdaad de aangegeven hoeveelheid te wei-
nig zou hebben ontvangen. Het is echter mogelijk gebleken de zaak te
regelen tegen finale kwijting van een bedrag van f 60.-.
Een nota voor dit bedrag zal aan den Dienst van het Marktwezen
worden toegezonden.
[Ondertekening:]
De Wethouder voor de Assurantiezaken
en Wettelijke Aansprakelijkheid,
[handtekening]
[Linksonder kanttekeningen:]
K. [onleesbaar krabbel]
[handgeschreven potlood:] nota ontvangen
[stempel met cirkel en onleesbaar symbool]
Stadsdrukkerij Amsterdam 24237-10-43-1000 Deze brief betreft de afwikkeling van een financieel geschil tussen de gemeente Amsterdam en de firma v.d. Burg & Zonen. Het bedrijf had een rekening ingediend voor geleverde goederen (f 190,-) en voor het fust (de verpakking/vaten, f 325,-).
Hoewel de vaten direct geretourneerd konden worden (waardoor die kostenpost verviel), ontstond er discussie over de geleverde hoeveelheid inhoud. De gemeente meende te weinig te hebben ontvangen, maar uit intern onderzoek bleek dat de eigen controleprocedure van de gemeente (het wegen/meten van de inhoud) juridisch niet sluitend genoeg was om dit te bewijzen. Om een langdurig conflict te voorkomen, is er een schikking getroffen: de gemeente betaalt f 60,- tegen 'finale kwijting', wat betekent dat hiermee de zaak definitief is afgedaan. De kosten hiervan worden doorbelast aan de Dienst van het Marktwezen. Het document dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleef de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam grotendeels functioneren volgens de geldende administratieve regels.
De betrokken afdeling 'Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen' was in die tijd van cruciaal belang vanwege de schaarste aan goederen en de noodzaak voor openbare hygiëne. De brief illustreert hoe zelfs tijdens de bezetting nauwgezet werd omgegaan met juridische aansprakelijkheid en bewijsvoering bij leveringen. Het gebruik van termen als 'fust' (vaten/verpakking) en de genoemde bedragen in guldens (f) geven een inkijkje in de toenmalige handelspraktijken. De code onderaan de brief ("10-43") laat zien dat het briefpapier kort daarvoor, in oktober 1943, was gedrukt door de Stadsdrukkerij. O.Z. Voorburgwal W.A. No Gemeente Amsterdam Marktwezen