Archiefdocument
Origineel
10 februari 1943. [Stempel blauw, bovenaan:]
№ 161 L.M. 1943 11/2
[Briefhoofd:]
Marktwezen Amsterdam
Telefoon 85151 Jan van Galenstraat 14 (West) VD/HB.
[Handgeschreven in rode inkt, rechtsboven:]
Ass. Z.
+ [onleesbare paraaf]
12/2
[Adressering:]
Aan: den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Administratieve referentie:]
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No.: 46a/918/7 M Bijlagen: 3. Datum: 10 Februari 1943.
Onderwerp:
[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen afschriften van brieven van de fa.C.v.d.Burg en Zonen te Vlaardingen d.d.24 December 1942 en 9 Januari 1943, benevens mijn antwoord d.d.23 Januari jl. aan deze firma, waarvan ik den Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale eveneens op 23 Januari jl. afschrift deed toekomen. Op 5 Februari jl. ontving ik omtrent deze aangelegenheid een brief van Mrs.Stern & Van Riesen te Rotterdam, waarvan ik eveneens afschrift overleg.
Ik moge U beleefd verzoeken de behandeling van deze aangelegenheid te doen overnemen door Uw Ambtgenoot voor de Assurantiezaken c.a.
Ik merk ten aanzien van een en ander nog het volgende op.
Ingevolge aanwijzing van de Nederlandsche Visscherij Centrale te Den Haag treedt de Gemeentelijke Afslag alhier op als verdeelinstituut tusschen den grossier-verzender en den kooper-kleinhandelaar. De afslag verkoopt als het ware voor den grossier, die door de Nederlandsche Visscherij Centrale wordt gedwongen om aan de Gemeente Amsterdam te leveren.
De afslag treedt dus niet op als kooper, doch wel als ontvanger der goederen. Voor zijn werkzaamheden als verdeeler mag
[Handgeschreven kanttekening in de linker marge:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van: den Heer Wethouder voor de Assurantie zaken ter verdere behandeling.
A'dam, 11 Februari 1943.
7/396
[Voetnoot:]
Model A.Z. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
20168-10-42-1500-606 Dit document betreft een interne ambtelijke correspondentie binnen de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de dienst Marktwezen rapporteert aan de wethouder over een juridisch/administratief geschil rondom de levering van vis door de firma C. v.d. Burg en Zonen.
De kern van de brief is de definitie van de rol van de "Gemeentelijke Afslag". De schrijver benadrukt dat de Afslag juridisch gezien geen 'koper' is, maar slechts fungeert als een 'verdeelinstituut'. Dit onderscheid is cruciaal voor de aansprakelijkheid, wat verklaart waarom de zaak wordt overgedragen aan de wethouder voor Assurantiezaken (verzekeringen). De tekst suggereert dat er een geschil is gerezen waarbij advocaten (Mrs. Stern & Van Riesen) betrokken zijn geraakt. De brief dateert van februari 1943, een periode waarin de voedseldistributie in het bezette Nederland volledig onder toezicht stond van de Duitse autoriteiten en collaborerende organen zoals de "Nederlandsche Visscherij Centrale". De term "gedwongen om aan de Gemeente Amsterdam te leveren" wijst op de dirigistische economische politiek van de bezetter om de voedselvoorziening in de grote steden te garanderen.
Het document biedt inzicht in hoe lokale overheden probeerden binnen het strikte regime van de bezetting hun eigen administratieve en juridische kaders te handhaven, met name wat betreft de afbakening van verantwoordelijkheden bij de gedwongen distributie van schaarse goederen. C. v.d. Burg Gemeente Amsterdam Marktwezen