Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 17 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van een distributie- of verdeelingsinstantie). VD/SV
46a/18/3 M.
17 Mei 1943.
76b/4 A/3 [in rood potlood/krijt]
Den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherij Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e (ZH).
===========================
Ten vervolge op mijn brief d.d. 6 April 1943 no. 46a/18/
2 M. bericht ik U, dat het verzoek van A. de Munck Sr.
thans is behandeld in een vergadering der Verdeelings-
commissie Amsterdam. De Munck heeft de volgende toewijzingen
40 ½ kg. zoetwatervisch; 40 ½ kg. aal en 100 ½ kg zeevisch;
3 kisten garnalen; 20 ½ kg. gerookte aal.
De Commissie acht deze toewijzing volkomen in overeen-
stemming met de omzetten, welke De Munck in de basisjaren
heeft gehad. Dit blijkt trouwens reeds uit zijn eigen me-
dedeeling, opgenomen in den brief van het Accountantskantoor
Kalff, dat hij per week 40 pond aal kocht.
Hij heeft thans een enkele toewijzing aal = 40 pond
[Handgeschreven in marge:] aal
en wanneer hij 1 maal per week aan de beurt komt, ontvangt
hij dus reeds hetzelfde kwantum/als vóór den oorlog.
Vele groote bonafide vischhandelaren verkeeren niet
in deze gunstige omstandigheid, doch ontvangen thans be-
langrijk minder aan toewijzigen dan wat zij voor den
oorlog verkochten.
Aan het onderhavige verzoek behoort niet te worden
tegemoetgekomen.
De Directeur, Deze brief is een formeel besluit over de toewijzing van visquota aan een individuele handelaar, A. de Munck Sr., tijdens de Duitse bezetting. De kern van het schrijven is de afwijzing van een verzoek (waarschijnlijk om verhoging van de quota).
De Verdeelingscommissie Amsterdam stelt dat de huidige toewijzing (gespecificeerd in kilo’s zoetwatervis, aal, zeevis en garnalen) precies overeenkomt met de omzet van De Munck in de jaren vóór de oorlog. De commissie gebruikt informatie van een accountantskantoor om aan te tonen dat de handelaar niet tekort wordt gedaan. Sterker nog, er wordt op gewezen dat hij zich in een "gunstige omstandigheid" bevindt vergeleken met andere "bonafide" handelaren die veel grotere verliezen in volume moeten incasseren. Het document dateert uit mei 1943, een periode waarin de schaarste in het bezette Nederland toenam en het distributiestelsel uiterst strikt werd gehandhaafd. De 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (NVC) was een crisisorganisatie die toezicht hield op de visserijsector en de distributie van visproducten onder Duitse controle.
Distributie werd bepaald op basis van historische cijfers uit de zogenaamde 'basisjaren' (vaak 1938 of 1939). Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische precisie waarmee de schaarse middelen werden verdeeld en de manier waarop handelaren probeerden via verzoeken hun toewijzingen te vergroten. De term "bonafide" in de brief suggereert een impliciet onderscheid met handelaren die zich mogelijk inlieten met de zwarte markt. A. de Munck