Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 25 september 1943 H.T. Reitema Jr., 2e Boonen-dwarsstraat 9, Amsterdam No. 46b/32/2 M. 1043 29/9
Amsterdam 25/9 43
Mijnheer Ter Haar
Nogmaals wend ik mij tot u met het verzoek om de
toewijzing vis voor mij te herzien u had mij voor eenige
maanden terug beloofd om er verandering in te brengen.
Geloof Mijnheer ik kan van hetgeen ik nu toegewezen
krijg niet eens mijn kosten dekken, laat staan er
Vrouw en 4 kinderen waar van er nog wel één al 5 1/2 jaar
plat te bed licht en die allen weken 25 gulden kost
te eten te geven. Ik geloof wel als dat hetgeen ik u
vraag en het in u vermogen ligt het u mij niet
zult onthouden. Nu Mijnheer gaarne zag ik een
gunstig antwoord van u te gemoet.
Zoo teeken ik mij
Uw de W. dl.
H. T. Reitema Jr
2: Boonen-dwarsstraat 9
Amsterdam
Tel. 82008
[Aantekeningen rechterzijde:]
afwijzen
Groente
notul.
46b/32/3 In deze brief verzoekt H.T. Reitema Jr. dringend om een herziening van zijn vistoewijzing. Hij herinnert de geadresseerde, de heer Ter Haar, aan een eerdere belofte om de situatie te verbeteren. De schrijver schetst een somber beeld van zijn financiële situatie: de huidige toewijzing dekt de kosten niet. Hij voert zijn gezinssituatie aan als argument voor steun: hij heeft een vrouw en vier kinderen, waarvan er één al 5,5 jaar bedlegerig is. De kosten voor levensonderhoud (alleen al het eten) bedragen 25 gulden per week, wat in die tijd een aanzienlijk bedrag was.
Ondanks de emotionele en dringende toon van de brief, wijzen de administratieve aantekeningen op de rechterzijde, met name de tekst "afwijzen" in rood potlood, erop dat het verzoek niet is gehonoreerd. De brief dateert uit september 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en andere goederen. Vis, net als veel andere levensmiddelen, was schaars en de handel en consumptie ervan werden streng gereguleerd door overheidsinstanties (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).
De brief illustreert de wanhoop van kleine handelaren of zelfstandigen die door de rantsoenering en beperkte toewijzingen nauwelijks het hoofd boven water konden houden. De vermelding van een langdurig ziek kind onderstreept de extra zware last die veel gezinnen in oorlogstijd droegen. De zakelijke afhandeling ("afwijzen") toont de onverbiddelijkheid van de bureaucratie in een tijd van schaarste. H.T. Reitema T. Reitema Rijksbureau