Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 321
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Verzoekschrift / Brief

19 maart 1943 Aan: Directie van het Marktwezen, Centrale Markthallen, Amsterdam

Origineel

Verzoekschrift / Brief 19 maart 1943 Directie van het Marktwezen, Centrale Markthallen, Amsterdam [Linksboven in stempel/typmachine:]
No. 466/38/I M. 1943 ^23/3

[Rechtsboven handgeschreven:]
666

Amsterdam, 19 Maart 1943.

[Linksboven:]
Inzake toewijzing en ventvergunning.

[Midden rechts:]
Aan de Directie van het Marktwezen,
Centrale Markthallen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m. [handgeschreven daarnaast:] w map

[Handgeschreven parafen linksboven: "H." en een onleesbaar initiaal, mogelijk "afw"]

Ondergeteekenden brengen beleefd het navolgende onder Uw aandacht:

dat de eerste ondergeteekende, C.C.D. Huisman als om gezondheidsredenen gepensionneerd spuier bij de Gemeente-Waterleiding een pensioen geniet van f. 22.- per week;

dat ondergeteekende de grootste moeite heeft om met zijn gezin, bestaande uit hemzelf, zijn echtgenoote en een 16-jarigen zoon, van dit bedrag rond te komen, gezien ook de tegenwoordige duurte der eerste levensbehoeften;

dat ondergeteekende's zoon, de jongste van 11 kinderen, thans oud genoeg is om zijn ouders tot steun te kunnen zijn en ook verlangend is om hen door zijn arbeid op hun ouden dag de zorgen te verlichten;

dat ondergeteekende's echtgenoote, Antonia Hallie, de tweede ondergeteekende, gedurende ongeveer 30 jaar werkzaam is geweest in de handel en bewerking (rookerij) van visch;

dat zij echter sedert ongeveer 10 jaar niet meer in staat is geweest om haar beroep alleen en zonder hulp uit te oefenen;

dat thans echter de 16-jarige zoon, geholpen door zijn moeder, in staat zou zijn om met de bewerking en het verhandelen van visch zijn ouders te helpen de kost te verdienen, indien hij over de noodige toewijzingen en vergunningen kon beschikken;

Waarom ondergeteekenden U beleefd verzoeken, aan de tweede ondergeteekende, Antonia Hallie, te willen verstrekken de toewijzingen en vergunningen betrekking hebbende op de handel in gerookte aal, zeevisch, riviervisch, garnalen (gepelde en ongepelde) mosselen, enz., of in een of meer van deze artikelen, ter Uwer beoordeeling.

(C.C.D. Huisman)
[Handgeschreven:] C C D Huisman

(A. Huisman- Hallie)
De Wittenkade 17 hs
Amsterdam (W).
[Handgeschreven:] Antonia Hallie

[Rechtsonder in blauw potlood geschreven:]
is de zaak uitgesloten Huisman? die woont nog [onleesbaar, mogelijk 'hier'] * Sociale context: Het document schetst de armoede van een Amsterdams gezin tijdens de bezetting. Een gepensioneerde "spuier" (iemand die de sluizen van de waterleiding bediende) met een klein pensioen van 22 gulden probeert het hoofd boven water te houden.
* Gezinssamenstelling: Er wordt gesproken over een gezin met 11 kinderen, waarvan alleen de jongste (16 jaar) nog thuis woont.
* Economische noodzaak: De aanvraag benadrukt de "duurte der eerste levensbehoeften" (inflatie tijdens de oorlog). De familie probeert de vakkennis van de moeder (30 jaar ervaring in visrokerij) te koppelen aan de werkkracht van de zoon om een inkomen te genereren.
* Bureaucratie: Voor de handel in vis waren tijdens de bezetting strikte "toewijzingen" (distributiequota) en vergunningen nodig, die via het Marktwezen in de Centrale Markthallen liepen.
* Handgeschreven notitie: De blauwe notitie rechtsonder lijkt een ambtelijke krabbel te zijn die de status van de aanvrager checkt. De tekst "is de zaak uitgesloten" kan duiden op een onderzoek of de aanvragers politiek of etnisch "zuiver" waren of dat er andere belemmeringen waren. Dit document stamt uit maart 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden het hart van de voedseldistributie in Amsterdam. Voor kleine zelfstandigen was het bemachtigen van een vergunning essentieel om legaal handel te mogen drijven en toegang te krijgen tot de schaarse voorraden (zoals vis en garnalen). Het adres, De Wittenkade 17, ligt in de Staatsliedenbuurt, een wijk die destijds veel arbeidersgezinnen huisvestte die hard getroffen werden door de oorlogseconomie.

Samenvatting

  • Sociale context: Het document schetst de armoede van een Amsterdams gezin tijdens de bezetting. Een gepensioneerde "spuier" (iemand die de sluizen van de waterleiding bediende) met een klein pensioen van 22 gulden probeert het hoofd boven water te houden.
  • Gezinssamenstelling: Er wordt gesproken over een gezin met 11 kinderen, waarvan alleen de jongste (16 jaar) nog thuis woont.
  • Economische noodzaak: De aanvraag benadrukt de "duurte der eerste levensbehoeften" (inflatie tijdens de oorlog). De familie probeert de vakkennis van de moeder (30 jaar ervaring in visrokerij) te koppelen aan de werkkracht van de zoon om een inkomen te genereren.
  • Bureaucratie: Voor de handel in vis waren tijdens de bezetting strikte "toewijzingen" (distributiequota) en vergunningen nodig, die via het Marktwezen in de Centrale Markthallen liepen.
  • Handgeschreven notitie: De blauwe notitie rechtsonder lijkt een ambtelijke krabbel te zijn die de status van de aanvrager checkt. De tekst "is de zaak uitgesloten" kan duiden op een onderzoek of de aanvragers politiek of etnisch "zuiver" waren of dat er andere belemmeringen waren.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden het hart van de voedseldistributie in Amsterdam. Voor kleine zelfstandigen was het bemachtigen van een vergunning essentieel om legaal handel te mogen drijven en toegang te krijgen tot de schaarse voorraden (zoals vis en garnalen). Het adres, De Wittenkade 17, ligt in de Staatsliedenbuurt, een wijk die destijds veel arbeidersgezinnen huisvestte die hard getroffen werden door de oorlogseconomie.

Locaties

Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 8