Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 26 maart 1943. J. G. de Harde, 1ste Oosterparkstraat 202, Amsterdam (O). Onbekend (geadresseerd als "Weled. Heer"), waarschijnlijk een functionaris bij een visafslag of distributie-instantie. No. 46b/56/1 M. 1943 29/3
Amsterdam 26 Maart/43
685
uit dossier 1/4 43 afgedaan [doorgehaald]
Weled. Heer
Sinds verleden jaar ben ik ingedeeld bij den
vischafslag voor gerookte visch maar door een
misverstand heb ik geen garnalen gekregen nu
wilde ik gaarne van het jaar daarvoor in aanmerking
komen, daar ik ze altijd verkocht heb. Mijn
leveranciers waren Jan Spaander en Tuyp uit Volendam
maar ik heb er nooit geen kwitanties van gehad
maar U kunt bij Tuyp wel informeren, daar
Spaander inmiddels overleden is. Hopende op een gunstig
antwoord Uwerzijds teeken ik
Hoogachtend
J. G. de Harde
1ste Oosterparkstraat
202
A’dam (O)
46 B De schrijver van de brief, J.G. de Harde, verzoekt om een toewijzing van garnalen. Hij legt uit dat hij sinds het voorgaande jaar (1942) is ingedeeld bij de visafslag voor de handel in gerookte vis, maar dat hij door een misverstand tot dan toe geen garnalen heeft ontvangen.
Hij probeert aan te tonen dat hij van oudsher recht heeft op deze handel door te wijzen op zijn eerdere leveranciers uit Volendam: Jan Spaander en de firma Tuyp. Omdat hij geen officiële kwitanties als bewijslast kan overleggen, adviseert hij de instantie om navraag te doen bij Tuyp, aangezien de heer Spaander inmiddels is overleden. De brief is zakelijk maar beleefd van toon en weerspiegelt de bureaucratische noodzaak om historische handelsrechten aan te tonen. Deze brief stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening en handel strikt gereguleerd via een systeem van distributie en toewijzingen. Handelaren moesten officieel "ingedeeld" zijn bij bepaalde afslagen of rijksbureaus om goederen te mogen inkopen en verkopen.
Vaak was de toewijzing van schaarse goederen (zoals garnalen) gebaseerd op de omzetcijfers of handelsgeschiedenis uit de jaren vóór de oorlog. De brief illustreert de strijd van kleine zelfstandigen om hun bestaansrecht te bewijzen in een tijd van schaarste en strenge overheidscontrole, waarbij het ontbreken van papieren bewijslast (kwitanties) een groot obstakel vormde. De verwijzing naar Volendam als bron van de vis is karakteristiek voor de Amsterdamse visdistributie in die tijd. G. de Harde J.G. de Harde