Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 362
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt afschrift van een zakelijke brief.

8 maart 1943. Van: Accountantskantoor G. Kalff, Amsterdam. Aan: Nederlandsche Visscherijcentrale, den Haag.

Origineel

Getypt afschrift van een zakelijke brief. 8 maart 1943. Accountantskantoor G. Kalff, Amsterdam. Nederlandsche Visscherijcentrale, den Haag. ACCOUNTANTSKANTOOR
G. K A L F F ,
Haarlemmerdijk 99boven,
AMSTERDAM-C.-

A F S C H R I F T .-

Amsterdam, 8 Maart 1943.

Nederlandsche Visscherijcentrale,
den Haag.

Mijne Heeren,

Cliënten:

Mevrouw P.E. Haan-Hoogestein, Brouwersgr. 123, Amsterdam (C).
De Heer J. Haan , " 137, " "
De Heer J.C. Haan , Willemstr. 47-Ia " " ,

hebben voor versche aal een alphabetische toewijzing van resp. 80, 40 en 40 pond.

Zij rooken gezamenlijk in perceel Palmstraat 55, Amsterdam (C) en meenen ten stelligste recht te hebben op resp. ieder 120 pond.

Wij verzoeken U dus eerbiedig te willen doen onderzoeken in hoeverre deze klacht gegrond is. Mochten deze menschen inderdaad in hun recht staan dan verzoeken wij U beleefd het daarheen te leiden, dat rechtmatige kwantums alsnog in hun bezit worden gesteld.

Tot wederdienst, als steeds, gaarne bereid,
teekenen,

Hoogachtend,
Accountantskantoor G. Kalff.

w.g. Kalff.

Voor eensluidend afschrift,
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Onduidelijke handtekening]

Boo. In deze brief treedt accountantskantoor G. Kalff op als bemiddelaar voor drie cliënten (familie De Haan). De cliënten exploiteren gezamenlijk een palingrokerij aan de Palmstraat 55 in Amsterdam. Het geschil draait om een distributie-kwestie: de cliënten hebben via een "alphabetische toewijzing" in totaal 160 pond verse aal toegewezen gekregen (80, 40 en 40 pond). Zij maken hier bezwaar tegen en stellen recht te hebben op 120 pond per persoon (360 pond in totaal).

De toon van de brief is uiterst formeel en hoffelijk ("Mijne Heeren", "eerbiedig", "beleefd"), wat kenmerkend is voor zakelijke correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Het document is een officieel "afschrift" (kopie), wat wordt bevestigd door de "w.g." (was getekend) bij de naam van Kalff en de formele bekrachtiging door de Nederlandsche Visscherijcentrale onderaan. Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economie volledig onderworpen aan distributie en centrale planning om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te voeden.

De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter ingesteld of gecontroleerd orgaan dat de gehele vissector reguleerde. Niets mocht buiten deze centrale om worden verhandeld. De toewijzing van "versche aal" (verse paling) was gebaseerd op quota.

De brief illustreert de bureaucratische realiteit voor kleine ondernemers (zoals palingrokers) tijdens de oorlog. Om hun bedrijfsvoering voort te kunnen zetten, waren zij volledig afhankelijk van de toewijzingen van centrale organen. Het feit dat zij een accountantskantoor inschakelen om een klacht in te dienen, duidt erop dat dergelijke toewijzingen van cruciaal belang waren voor hun overleving en dat zij probeerden via officiële weg hun gelijk te halen in een strikt gereguleerd systeem. De "alphabetische toewijzing" suggereert een gestandaardiseerde, mogelijk willekeurige methode van verdeling waar de rokers het niet mee eens waren.

Samenvatting

In deze brief treedt accountantskantoor G. Kalff op als bemiddelaar voor drie cliënten (familie De Haan). De cliënten exploiteren gezamenlijk een palingrokerij aan de Palmstraat 55 in Amsterdam. Het geschil draait om een distributie-kwestie: de cliënten hebben via een "alphabetische toewijzing" in totaal 160 pond verse aal toegewezen gekregen (80, 40 en 40 pond). Zij maken hier bezwaar tegen en stellen recht te hebben op 120 pond per persoon (360 pond in totaal).

De toon van de brief is uiterst formeel en hoffelijk ("Mijne Heeren", "eerbiedig", "beleefd"), wat kenmerkend is voor zakelijke correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Het document is een officieel "afschrift" (kopie), wat wordt bevestigd door de "w.g." (was getekend) bij de naam van Kalff en de formele bekrachtiging door de Nederlandsche Visscherijcentrale onderaan.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economie volledig onderworpen aan distributie en centrale planning om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te voeden.

De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter ingesteld of gecontroleerd orgaan dat de gehele vissector reguleerde. Niets mocht buiten deze centrale om worden verhandeld. De toewijzing van "versche aal" (verse paling) was gebaseerd op quota.

De brief illustreert de bureaucratische realiteit voor kleine ondernemers (zoals palingrokers) tijdens de oorlog. Om hun bedrijfsvoering voort te kunnen zetten, waren zij volledig afhankelijk van de toewijzingen van centrale organen. Het feit dat zij een accountantskantoor inschakelen om een klacht in te dienen, duidt erop dat dergelijke toewijzingen van cruciaal belang waren voor hun overleving en dat zij probeerden via officiële weg hun gelijk te halen in een strikt gereguleerd systeem. De "alphabetische toewijzing" suggereert een gestandaardiseerde, mogelijk willekeurige methode van verdeling waar de rokers het niet mee eens waren.

Kooplieden in dit dossier 8