Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier. 30 maart 1943. Jacobus Martinus Zwaan (zoon van Cornelis Zwaan). [Bovenaan, links van het midden:]
1 X aal
~~1 X zeevisch~~
1 X zeevisch
[Bovenaan rechts:]
706
Amsterdam 30.3.43.
[Midden, administratieve aantekeningen en stempel over de tekst:]
acc. model br.
opgegeven voor m. Losser
No. 46^b / 73 / M. 1943 1/4
[Hoofdtekst:]
Mijnheer,
Hierbij verzoek ik u in aan-
merking te komen voor een toe-
wijzing voor verse aal.
Hoogachtend,
Jacobus Martinus Zwaan
zoon van
Cornelis Zwaan
Pieter Nieuwlandstraat 15 II
Amsterdam (Oost) Het document is een formeel, sober opgesteld verzoekschrift. De brief is geschreven op 30 maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De afzender, Jacobus Martinus Zwaan, vraagt om een officiële "toewijzing" (vergunning of distributiebon) voor verse aal.
Opmerkelijk zijn de administratieve toevoegingen:
* De handgeschreven notities bovenaan tonen een categorisering ("1 X aal", "1 X zeevisch"), wat duidt op de bureaucratische verwerking van de aanvraag.
* De paarse stempel en handgeschreven nummers zijn dossierkenmerken van de betreffende instantie.
* De aantekening "acc. model br." suggereert dat het verzoek is getoetst aan een standaardmodel of dat er een modelbrief als antwoord is verzonden.
* De toevoeging "zoon van Cornelis Zwaan" bij de ondertekening kan erop wijzen dat de familie bekend stond in de vishandel en dat de identiteit van de aanvrager via zijn vader bevestigd moest worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van extreme schaarste. Bijna alle levensmiddelen gingen "op de bon". Voor verse vis, en specifiek aal, golden strenge regels en waren vaak extra vergunningen nodig, zeker voor handelaren of voor degenen die buiten de reguliere kleine rantsoenen om extra voorraad nodig hadden.
De Pieter Nieuwlandstraat 15 in Amsterdam-Oost (Dapperbuurt) was de plek waar de aanvrager woonde. In deze buurt waren destijds veel kleine ambachtslieden en handelaren gevestigd. Dit document illustreert de verregaande bureaucratisering van het dagelijks leven tijdens de bezetting, waarbij zelfs voor relatief kleine hoeveelheden voedsel of handelswaar schriftelijke verzoeken bij officiële instanties moesten worden ingediend.