Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 391
Dossier 107
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven zakelijke correspondentie / Bezwaarschrift.

6 mei 1943. Van: G. Groenhuis Jr., Westerstraat 83 I, Amsterdam. Aan: De Verdeelings Commissie van Visch-zaken (of Visch-sectie). Dossier: 46

Origineel

Handgeschreven zakelijke correspondentie / Bezwaarschrift. 6 mei 1943. G. Groenhuis Jr., Westerstraat 83 I, Amsterdam. De Verdeelings Commissie van Visch-zaken (of Visch-sectie). [In de linkermarge in potlood:] Opbergen
[Rechtsboven in potlood:] 12/5 '43 / 14/5 '43

No. 46 B/77/4 M. 1943
Amsterdam 6 Mei 1943
№ 46 B/77/2 M

De Verdeelings Commissie van visch-
[Onduidelijke aantekening in potlood] acties.

Mijnheeren.

In antwoord op u schrijven d.d. 4 Mei jl. begrijp ik niet, dat ik niet in aanmerking kom voor verhooging van mij toewijzing en gerookte aal. Indien er toch Collégas' zijn die ten eerste nooit geen gerookte aal verkocht hebben het wel hebben gekregen.

Ondergetekende durft te schrijven, en kan ook bewijzen dat hij de grootste gerookte aal verkooper (ook andere gerookte visch) geweest is van Amsterdam, Tevens duizende ponden Versche aal.

Dat ik geen handel meer in mij Zaal op de Leidsegracht verkoop is niet mij schuld. ik moet ze in de Zaal van mij Concurrent verkoopen, terwijl ik toch elken week St - huur moet betalen.

Ik verzoek u ook dan beleefd, toch dringend deze zaak te herzien, en verwacht spoed- gaande in deze antwoord.

Hoogachtend
G Groenhuis Jr.
Westerstr 83 I * Kernboodschap: De briefschrijver, G. Groenhuis Jr., tekent protest aan tegen een besluit van de Verdelingscommissie. Hij eist een hogere toewijzing (quotum) van gerookte paling (aal) en beroept zich daarbij op zijn historische status als de grootste palingverkoper van Amsterdam.
* Argumentatie: Groenhuis voert twee hoofdpunten aan. Ten eerste vindt hij het onrechtvaardig dat collega's zonder ervaring in de palinghandel wel een toewijzing hebben gekregen. Ten tweede wijst hij op zijn penibele economische situatie: hij is gedwongen zijn handelswaar te verkopen in de ruimte van een concurrent, terwijl hij de vaste lasten (standhuur/huur) voor zijn eigen locatie op de Leidsegracht moet blijven dragen.
* Schrijfstijl: De brief is formeel van opzet ("Mijnheeren", "Hoogachtend"), maar bevat diverse taalfouten die typerend zijn voor de gesproken taal van die tijd ("mij toewijzing", "u schrijven", "nooit geen"). De toon is dwingend en verongelijkt. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (mei 1943). Tijdens de Duitse bezetting was de gehele voedselvoorziening in Nederland onderworpen aan een strikt distributiesysteem. Rijksbureaus en lokale Verdelingscommissies bepaalden welke handelaar hoeveel voorraad kreeg toegewezen.

Vis, en in het bijzonder gerookte paling, was een schaars en kostbaar product. De bezetter dwong vaak centralisatie af van verkooppunten om de controle op de zwarte handel te vergemakkelijken, wat verklaart waarom Groenhuis "in de Zaal van zijn Concurrent" moest verkopen. De Westerstraat in de Jordaan was destijds een belangrijk centrum voor de Amsterdamse vishandel. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratische strijd van ondernemers om te overleven in een gereguleerde oorlogseconomie. G. Groenhuis

Samenvatting

  • Kernboodschap: De briefschrijver, G. Groenhuis Jr., tekent protest aan tegen een besluit van de Verdelingscommissie. Hij eist een hogere toewijzing (quotum) van gerookte paling (aal) en beroept zich daarbij op zijn historische status als de grootste palingverkoper van Amsterdam.
  • Argumentatie: Groenhuis voert twee hoofdpunten aan. Ten eerste vindt hij het onrechtvaardig dat collega's zonder ervaring in de palinghandel wel een toewijzing hebben gekregen. Ten tweede wijst hij op zijn penibele economische situatie: hij is gedwongen zijn handelswaar te verkopen in de ruimte van een concurrent, terwijl hij de vaste lasten (standhuur/huur) voor zijn eigen locatie op de Leidsegracht moet blijven dragen.
  • Schrijfstijl: De brief is formeel van opzet ("Mijnheeren", "Hoogachtend"), maar bevat diverse taalfouten die typerend zijn voor de gesproken taal van die tijd ("mij toewijzing", "u schrijven", "nooit geen"). De toon is dwingend en verongelijkt.

Historische Context

Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (mei 1943). Tijdens de Duitse bezetting was de gehele voedselvoorziening in Nederland onderworpen aan een strikt distributiesysteem. Rijksbureaus en lokale Verdelingscommissies bepaalden welke handelaar hoeveel voorraad kreeg toegewezen.

Vis, en in het bijzonder gerookte paling, was een schaars en kostbaar product. De bezetter dwong vaak centralisatie af van verkooppunten om de controle op de zwarte handel te vergemakkelijken, wat verklaart waarom Groenhuis "in de Zaal van zijn Concurrent" moest verkopen. De Westerstraat in de Jordaan was destijds een belangrijk centrum voor de Amsterdamse vishandel. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratische strijd van ondernemers om te overleven in een gereguleerde oorlogseconomie.

Genoemde Personen 1

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 8