Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 414
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

8 april 1943.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 8 april 1943. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

AFDEELING: Verdeeling
'S-GRAVENHAGE, 8 april 1943.
BETREFFENDE: zeevisch

BERICHT OP SCHRIJVEN: ———
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: 8764/V/vz
BIJLAGEN: 1 STUKS, T.W. schrijven.

Den Heer Directeur van den
Gemeentelijken Vischafslag,
te
AMSTERDAM.-

Inliggend doen wij U toekomen een schrijven
van " 't Palinghuis" te Amsterdam, gaarne
zouden wij dit schrijven, voorzien van Uw
opmerkingen terzake tegemoet zien.

Voor een spoedige afhandeling danken wij
U bij voorbaat.

NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
(onleesbare handtekening/paraf in blauwe inkt)

Ha.

ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 40710 - 20000 - 12 - '42 - V.V.O. 1001 - K 983 Deze brief is een zakelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog tussen twee instanties die betrokken waren bij de visserijsector. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) vraagt de directeur van de Amsterdamse Visafslag om advies of opmerkingen naar aanleiding van een binnengekomen brief van "'t Palinghuis" (waarschijnlijk een bekende viszaak of handelshuis in Amsterdam).

De tekst is zakelijk en procedureel van aard. De vele handgeschreven nummers in de marges wijzen op een intensief gebruik van het document binnen een uitgebreid archief- en registratiesysteem, wat typerend is voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een organisatie die in 1941 door de bezetter werd ingesteld om de volledige visserijsector te controleren en te reguleren. Onder het bewind van de afdeling "Verdeeling" (distributie) werd bepaald wie welke hoeveelheid vis mocht ontvangen, wat essentieel was in een tijd van toenemende voedselschaarste en distributiebonnen.

Dat de NVC de Amsterdamse Visafslag om commentaar vraagt, suggereert dat "'t Palinghuis" mogelijk een verzoek had ingediend (bijvoorbeeld voor extra toewijzing of een klacht over levering) waarover de lokale autoriteit (de afslag) uitsluitsel of advies moest geven. Het document illustreert de strikte hiërarchische en bureaucratische controle op de voedselvoorziening in oorlogstijd.

Samenvatting

Deze brief is een zakelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog tussen twee instanties die betrokken waren bij de visserijsector. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) vraagt de directeur van de Amsterdamse Visafslag om advies of opmerkingen naar aanleiding van een binnengekomen brief van "'t Palinghuis" (waarschijnlijk een bekende viszaak of handelshuis in Amsterdam).

De tekst is zakelijk en procedureel van aard. De vele handgeschreven nummers in de marges wijzen op een intensief gebruik van het document binnen een uitgebreid archief- en registratiesysteem, wat typerend is voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een organisatie die in 1941 door de bezetter werd ingesteld om de volledige visserijsector te controleren en te reguleren. Onder het bewind van de afdeling "Verdeeling" (distributie) werd bepaald wie welke hoeveelheid vis mocht ontvangen, wat essentieel was in een tijd van toenemende voedselschaarste en distributiebonnen.

Dat de NVC de Amsterdamse Visafslag om commentaar vraagt, suggereert dat "'t Palinghuis" mogelijk een verzoek had ingediend (bijvoorbeeld voor extra toewijzing of een klacht over levering) waarover de lokale autoriteit (de afslag) uitsluitsel of advies moest geven. Het document illustreert de strikte hiërarchische en bureaucratische controle op de voedselvoorziening in oorlogstijd.

Locaties

's-Gravenhage.

Kooplieden in dit dossier 8