Getypte oproep/brief.
Origineel
Getypte oproep/brief. 29 april 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie, gezien het adres Jan van Galenstraat 14). Den Heer P. Mann, verblijvend in "'t Palinghuis", St. Luciënsteeg 17, Amsterdam-Centrum. [Linksboven:]
46b/87A/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in blauwe inkt:]
Verzonden 29/4
[Rechtsboven:]
SV
[Midden rechts:]
29 April 1943.
Den Heer P. Mann "'t Palinghuis",
St. Luciënsteeg 17,
Amsterdam-Centrum.
[Hoofdtekst:]
Hiermede verzoek ik U Maandag 3 Mei 1943
a.s. tusschen 9.00 - 12.00 uur te mijnen kantore
Jan van Galenstraat No. 14 te willen komen.
U wordt beleefd verzocht gegevens mede te
brengen.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een formele oproep aan de heer P. Mann om zich op maandagochtend 3 mei 1943 te melden bij een kantoor aan de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam. Hij wordt verzocht "gegevens" mee te nemen.
* Toon en Stijl: De toon is ambtelijk en dwingend, hoewel geformuleerd als een "beleefd verzoek". Het taalgebruik is typisch voor die tijd (bijv. "te mijnen kantore").
* Fysieke staat: De brief vertoont sporen van administratief gebruik, zoals de handgeschreven verzendnotitie, wat duidt op een efficiënt bureaucratisch proces. * Historische periode: Deze brief dateert uit de kern van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In het voorjaar van 1943 waren de deportaties van Joodse Amsterdammers in volle gang.
* Locatie: Het adres Jan van Galenstraat 14 huisvestte destijds onder andere de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon. Deze instantie werd door de bezetter ingezet voor administratieve handelingen rondom de Jodenvervolging, zoals oproepen voor de zogenaamde "werkverruiming" of deportatievoorbereidingen via de Expositur van de Joodsche Raad.
* Persoonlijke context: De geadresseerde, Philippus Mann (geboren in 1904), woonde inderdaad op het adres Sint Luciënsteeg 17. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij op 30 september 1943 in Auschwitz is vermoord. Deze brief uit april 1943 is een tastbaar bewijs van de bureaucratische weg die aan de deportatie voorafging. Het ogenschijnlijk banale verzoek om "gegevens mede te brengen" was vaak een voorbode van registratie voor transport. P. Mann