Handgeschreven brief (verzoekschrift)
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) 10 april 1943 H.T. Assendorp, Damselaerstraat 41 II, Amsterdam-Oost Onbekende instantie (waarschijnlijk een distributie- of keuringsdienst, gezien de context van rantsoenering) No. 46^B/89/M. 1943 13/y [of 13/4] 750
Amsterdam. 10/4 '43
Mijne Heeren,
Hiermede wou ik U om een grotere
toewyzing gerookte Aal, en een dito Versche Aal,
aanvragen. Vorig jaar ben ik ook al bij Uw
geweest om een wat groter toewijzing. Ik ben
toen niet meer bij U terug geweest om daar over
te spreken, omdat het seizoen al om was.
Maar nu het seizoen weer in wording is wou ik
gaarne nog eens om een beter kwantum vragen.
Het was vorigjaar ook al in de pen daar ik zeer
zeker meer toekom! Zoo als Versche Aal, p.u.
heb ik enorm veel altijd verkocht dat ken U als
Uw zou juist willen dit overleggen en bewijzen.
Dus U begrijpt wel dat 40 pond Aal tekort is
voor mij omzet voor de Oorlog, per toewijzing.
Gaarne zou ik zoo spoedig mogelijk van U
ingedeeld worden van een groter toewijzing
Aal, daar ik al genoeg daar in vorig Jaar
benadeeld ben!
bij voorbaat mijn dank teken ik Hoogachtend
H. T. Assendorp.
Damselaerstr: 41^II
A'dam O.
[Aantekening linksonder:] ~~afwijzen~~ Wb In deze brief verzoekt de heer H.T. Assendorp om een verhoging van zijn quotum voor zowel gerookte als verse aal. Hij voert aan dat zijn huidige toewijzing van 40 pond per keer niet in verhouding staat tot zijn omzet van vóór de oorlog. Hij geeft aan dat hij het voorgaande jaar ook al een poging had gedaan, maar dat het seizoen toen al voorbij was voordat hij zijn zaak kon bepleiten. De toon is dringend; hij voelt zich "benadeeld" door de eerdere kleine toewijzingen.
Taalkundig valt op dat de schrijver informeel en soms grammaticaal incorrect Nederlands gebruikt (bijv. "dat ken U" in plaats van "dat kunt u", en het gebruik van "Uw" als onderwerp). Dit duidt mogelijk op een ambachtsman of kleine handelaar die vanuit zijn praktijkervaring schrijft.
Onderaan de brief staat het woord "afwijzen" doorgestreept met een paraaf ("Wb"), wat suggereert dat er over het verzoek is gedelibereerd door de betreffende instantie. Het document dateert uit april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen. Handelaren in schaarse goederen, zoals vis, waren afhankelijk van officiële "toewijzingen" (quota) om hun nering te kunnen drijven. De verwijzing naar de "omzet voor de Oorlog" is een veelgehoord argument in dergelijke verzoekschriften: ondernemers probeerden aan te tonen dat hun bedrijfsvoering door de rantsoenering onevenredig zwaar werd getroffen in vergelijking met de normale marktpositie. De administratieve stempels en nummers bovenin duiden op de bureaucratische afhandeling door een overheidsorgaan belast met de voedselvoorziening.