Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 447
Dossier 17
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven memo of brief op briefpapier van de Nederlandsche Visserijcentrale (N.V.C.).

2 juni 1943. Van: Waarschijnlijk een functionaris genaamd De Halve.

Origineel

Handgeschreven memo of brief op briefpapier van de Nederlandsche Visserijcentrale (N.V.C.). 2 juni 1943. Waarschijnlijk een functionaris genaamd De Halve. Dat Schraal zou hebben ver-
zocht om in plaats van versche
paling, gerookte paling te mogen
ontvangen neem ik niet aan.
Schraal heeft naar ik meen, ver-
zocht om naast zijn levende
paling ook gerookte paling te
mogen ontvangen. Dat verzoek
heb ik indertijd als niet billijk
afgewezen.

Schraal komt geen een visch
toe. Is herhaaldelijk in
verzet tegen de verordening geweest.

2-6-'43
de Halv

N.B. is van Turk afkomstig
Is bij wijze van uitzondering, hoewel
hij nimmer is verhandeld in Januari, in 1942 in
de verdeling opgenomen. Deze [in rood: Herp?] zaak is destijds
behandeld door Mr. Limburg Th. Well. Reeds
accent gegeven. Heeft later, mede door
een eenige duitsche instantie ook moeilijk
gekregen.

Schraal die, door bijzondere redenen,
[...] de verdeling opgenomen heeft reeds alle
vergunning die anderen van dezelfde soort zaak
hebben. Dus geen aanleiding meer... Het document is een interne ambtelijke notitie over een geschil betreffende de toewijzing van visquota (paling) aan een handelaar genaamd Schraal. De schrijver, De Halve, reageert op een blijkbaar foutieve veronderstelling dat Schraal versche paling wilde ruilen voor gerookte paling. De Halve stelt dat Schraal juist extra (gerookte) paling wilde bovenop zijn toewijzing van levende paling, een verzoek dat eerder is afgewezen.

De toon is streng en afwijzend. De schrijver merkt op dat Schraal eigenlijk "geen een visch" toekomt omdat hij zich herhaaldelijk heeft verzet tegen de geldende verordeningen. In de marge-notities (N.B.) wordt vermeld dat Schraal van "Turk afkomstig" is (wat in die tijd mogelijk als een relevante categorisering werd gezien) en dat hij in 1942 bij wijze van uitzondering in het verdeelsysteem is opgenomen, ondanks dat hij in de referentieperiode (januari) niet handelde. Er wordt tevens verwezen naar bemoeienis van een "duitsche instantie", wat duidt op de druk waaronder de Nederlandse visserijsector stond tijdens de bezetting. Dit document stamt uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visserijcentrale (N.V.C.), waarvan het briefpapier doorschijnt, was de organisatie die door de bezetter werd gecontroleerd om de visserijsector te reguleren en de voedselvoorziening (vaak ten gunste van Duitsland) te beheersen.

De context is die van het distributiestelsel. Handelaren waren gebonden aan strikte quota en vergunningen. Verzet tegen deze "verordeningen" kon leiden tot uitsluiting van de handel. De vermelding van een "duitsche instantie" die de zaak bemoeilijkte, illustreert hoe de bezettingsmacht direct ingreep in lokale economische geschillen en toewijzingen. De zaak Schraal lijkt een voorbeeld van een handelaar die probeerde de grenzen van het systeem op te zoeken, terwijl de Nederlandse ambtenaren onder toezicht van de bezetter probeerden de regels strikt te handhaven.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke notitie over een geschil betreffende de toewijzing van visquota (paling) aan een handelaar genaamd Schraal. De schrijver, De Halve, reageert op een blijkbaar foutieve veronderstelling dat Schraal versche paling wilde ruilen voor gerookte paling. De Halve stelt dat Schraal juist extra (gerookte) paling wilde bovenop zijn toewijzing van levende paling, een verzoek dat eerder is afgewezen.

De toon is streng en afwijzend. De schrijver merkt op dat Schraal eigenlijk "geen een visch" toekomt omdat hij zich herhaaldelijk heeft verzet tegen de geldende verordeningen. In de marge-notities (N.B.) wordt vermeld dat Schraal van "Turk afkomstig" is (wat in die tijd mogelijk als een relevante categorisering werd gezien) en dat hij in 1942 bij wijze van uitzondering in het verdeelsysteem is opgenomen, ondanks dat hij in de referentieperiode (januari) niet handelde. Er wordt tevens verwezen naar bemoeienis van een "duitsche instantie", wat duidt op de druk waaronder de Nederlandse visserijsector stond tijdens de bezetting.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visserijcentrale (N.V.C.), waarvan het briefpapier doorschijnt, was de organisatie die door de bezetter werd gecontroleerd om de visserijsector te reguleren en de voedselvoorziening (vaak ten gunste van Duitsland) te beheersen.

De context is die van het distributiestelsel. Handelaren waren gebonden aan strikte quota en vergunningen. Verzet tegen deze "verordeningen" kon leiden tot uitsluiting van de handel. De vermelding van een "duitsche instantie" die de zaak bemoeilijkte, illustreert hoe de bezettingsmacht direct ingreep in lokale economische geschillen en toewijzingen. De zaak Schraal lijkt een voorbeeld van een handelaar die probeerde de grenzen van het systeem op te zoeken, terwijl de Nederlandse ambtenaren onder toezicht van de bezetter probeerden de regels strikt te handhaven.

Kooplieden in dit dossier 8