Ambtelijk rapport/notitie betreffende een vergunningsaanvraag.
Origineel
Ambtelijk rapport/notitie betreffende een vergunningsaanvraag. 16 juni 1943. Huisje Winkelpand Kreeftstraat 2
gehuurd van de Gemeente
Amsterdam. (f 3.50 per week)
(momenteel woning)
Toewijzingen. 1 haring
1 garnaal
1 versche aal
1 kl. visch
2 ongev. garn.
In Tuindorp-Oostzaan
is thans slechts 1 visch-
winkel; van zoon van
Rietveld.
De bedoeling van Rietveld
is om tevens een hoogere
toewijzing te krijgen. Indien
toewijzing niet wordt
verhoogd wenscht Rietveld
doch zijn verzoek om een
winkel te openen handhaven.
M.i. geen behoefte aan meer winkels
Dus afwijzen. 16-6-43
de Haan Dit handgeschreven document is een intern ambtelijk advies over een middenstandsaanvraag in oorlogstijd. De tekst werpt licht op de economische regulering en de distributieproblematiek tijdens de Duitse bezetting.
- Economische context: Er wordt gesproken over "toewijzingen". In 1943 was vrijwel elk voedingsmiddel op de bon. Voor een winkelier betekende een vergunning niet alleen het recht om te verkopen, maar vooral het recht op een 'toewijzing' (inkoopquotum) van schaarse goederen zoals haring, garnalen en aal.
- De aanvraag: De aanvrager, Rietveld, wil een viswinkel openen in een pand dat hij van de gemeente Amsterdam huurt (Kreeftstraat 2). Opvallend is dat zijn zoon al een viswinkel in dezelfde wijk (Tuindorp Oostzaan) exploiteert.
- De intentie: De ambtenaar doorziet de strategie van de familie Rietveld. Hij stelt dat de aanvraag primair bedoeld is om een extra toewijzing aan visproducten te verkrijgen. Rietveld geeft echter aan dat hij de winkel ook wil openen als de toewijzing niet wordt verhoogd.
- Het oordeel: Ambtenaar De Haan adviseert negatief ("M.i. geen behoefte aan meer winkels. Dus afwijzen."). Dit wijst op het toenmalige beleid om het aantal verkooppunten te beperken (sanering) en wildgroei in de distributieketen te voorkomen. Het document dateert van juni 1943. Dit was een periode van extreme schaarste in bezet Nederland. De Kreeftstraat ligt in Tuindorp Oostzaan, een arbeiderswijk in Amsterdam-Noord. In deze periode werden dergelijke vergunningen getoetst door zowel de gemeentelijke instanties als de distributiedienst. Het feit dat de huur 3,50 gulden per week bedroeg, was een gangbaar bedrag voor sociale woningbouw/kleine winkelpanden van de gemeente in die tijd. De afwijzing is exemplarisch voor de starre bureaucratie en de beperkte economische ruimte voor ondernemers tijdens de oorlogsjaren.