Archiefdocument
Origineel
9 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van een plaatselijke visverdeelingsinstantie te Amsterdam). [Handgeschreven, paars:] Inonder 9/7 Imp
[Rechtsboven:] VD/SV
46b/100/4 M.
[Rechts:] 9 Juli 1943.
Den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij-
centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e (ZH)
========================
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 Mei jl. no. 13241 V/Lan. bericht ik U, dat F.Schraal niet heeft verzocht om in plaats van versche aal gerookte aal te mogen ontvangen uit de verdeeling te dezer stede, doch om hem naast zijn versche aal ook gerookte aal toe te wijzen, zooals aan het meerendeel van de bona fide venters, die een enkele toewijzing aal ontvangen, plaats vindt.
Hoewel Schraal vóór het jaar 1942 nimmer in den kleinhandel in visch is werkzaam geweest, hij kwam toen van Urk naar Amsterdam, is hij om bijzondere redenen in de vischverdeeling opgenomen met een toewijzing, welke de kleinste venters te Amsterdam ontvangen. De Verdeelingscommissie acht het ongewenscht, mede met het oog op de consequenties, om aan deze toewijzing uitbreiding te geven.
Ik adviseer U dan ook op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een negatief advies betreffende een verzoek van een zekere F. Schraal, een visventer die vanuit Urk naar Amsterdam is verhuisd. Schraal wilde naast zijn toewijzing van verse aal ook gerookte aal ontvangen.
* Argumentatie: De afzender weigert dit omdat Schraal pas sinds 1942 werkzaam is in de vishandel en al een "gunst-toewijzing" heeft gekregen die normaal gesproken alleen voor gevestigde ("bona fide") venters geldt. Men is bang voor precedentwerking ("consequenties") als men zijn toewijzing uitbreidt.
* Toon: Formeel, bureaucratisch en beslist. Er wordt strikt vastgehouden aan de regels van de distributiecommissie. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarste en Distributie: In deze periode was voedsel, waaronder vis, schaars en strikt gerantsoeneerd. De Nederlandsche Visscherijcentrale was het centrale orgaan dat toezag op de vangst en distributie. Elke gram vis moest worden verantwoord, wat de stroeve, ambtelijke toon van deze correspondentie over een relatief kleine kwestie (gerookte aal voor één venter) verklaart.
* Bona fide: De term "bona fide venters" wijst op de pogingen van de autoriteiten om de zwarte handel in te dammen door alleen erkende handelaren toewijzingen te geven. Nieuwkomers in de branche werden met wantrouwen bekeken. F. Schraal Puls