Handgeschreven verzoekschrift/bezwaarschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/bezwaarschrift. B. ten Hoeve, Albert Cuypstraat 167-III, Amsterdam. Onbekende instantie of commissie belast met de visserijdistributie (mogelijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd). Mijnehere met deze verzoek ik u beleefd voor een onderzoek naar een
toewijzing voor aal daar ik in – 1939 – 1940 – 1941 aal heb gehad en gekocht
en verkocht van Veerman – Flanne – Wijnhenk daar ik ook al met
mijnheer terhaar in 1942 een paar maal een onderhoud heb gehad en
mijnheer terhaar zij toen tegen mij dat ik wel recht had op een
halfe toewijzing om dat ik volgens mijnheer terhaar geen voldoende aal
had verkocht nu vraag ik me af is er nu nog recht te vinden ik zal
alles er ook dan op zetten om me recht te zoeken daar de Commissie
net zoo goed als ik weet dat ik recht heb op een aal toewijzing.
ik ben tot een april gestraft van me toewijzing van zoetwatervis
de rede waar ik voor ben gestraft weet ik zelfs niet ik weet wel
dat het heel erg laag en Gemeen ben gestraft want een rede was
er niet voor ik zou dan ook graag willen dat daar ook een
onderzoek in werd gedaan me straf tijd is nu wel voor bij maar
ik zou toch graag willen dat dit onderzoek werd in gesteld.
B. ten Hoeve
Albert Cuypstraat 167-III
A.dam
[Stempel linksonder:]
No. 466/109/1 M. 1943 20/4
[Marginale aantekening in potlood, rechtsonder:]
afwijzen
geen recht * Inhoudelijke kern: De briefschrijver, B. ten Hoeve, protesteert tegen het uitblijven van een toewijzing (vergunning/quotum) voor de handel in aal (paling). Hij onderbouwt zijn claim door te wijzen op zijn handelsverleden (1939-1941) en eerdere gesprekken met een ambtenaar of inspecteur genaamd Terhaar. Daarnaast uit hij zijn diepe ongenoegen over een eerdere sanctie waarbij zijn toewijzing voor zoetwatervis tijdelijk was ingetrokken.
* Taalgebruik en handschrift: Het document is geschreven in een regelmatig, enigszins schoolvers maar goed leesbaar handschrift. De taal bevat diverse spellingvariaties die karakteristiek zijn voor de tijd en het opleidingsniveau (bijv. "Mijnehere", "halfe", "zij" i.p.v. zei, "rede" i.p.v. reden). De toon is beleefd doch dwingend en verongelijkt ("erg laag en Gemeen").
* Personen:
* B. ten Hoeve: De afzender, waarschijnlijk een visvissert of visboer op de Albert Cuypmarkt.
* Mijnheer Terhaar: Vermoedelijk een controleur of functionaris van een distributie-instantie.
* Veerman, Flanne, Wijnhenk: Leveranciers van aal die als referentie dienen. Dit document is een direct product van de distributiepolitiek tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de voedselschaarste stond de handel in vis onder streng toezicht van overheidscommissies. Handelaren waren afhankelijk van "toewijzingen" om legaal hun beroep uit te kunnen oefenen. De brief toont de kwetsbaarheid van kleine zelfstandigen in dit bureaucratische systeem. De korte, zakelijke potloodaantekening "afwijzen / geen recht" suggereert dat het bezwaarschrift door de behandelende instantie zonder veel plichtplegingen terzijde is geschoven, wat illustratief is voor de harde ambtelijke realiteit in 1943. * B. ten Hoeve: De afzender waarschijnlijk een visvissert of visboer op de Albert Cuypmarkt. Rijksbureau