Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 462
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief (doorslag/kopie) van een ambtelijke instantie.

31 mei 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of een specifieke distributiedienst in Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Brief (doorslag/kopie) van een ambtelijke instantie. 31 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of een specifieke distributiedienst in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven aantekeningen bovenin:]
31 Ingek.
Verzonden 1/6

[Getypte tekst:]

vD/HB.

46b/110/4 M.
1. 31 Mei 1943.
Vischtoewijzing
A.Harman Boomgaard.

                                 den Heer Wethouder
                                 voor de Levensmiddelen,
                                 <u>A l h i e r .</u>

      Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.

24 dezer om advies ontvangen stuk no.377 L.M.1943, heb
ik de eer U te berichten, dat adressante in de ver-
deeling te Amsterdam is opgenomen voor 120 ½kg. versche
aal; 20 ½kg. gepelde garnalen en 1 toewijzing gerookte
visch. De versche aal mag zij rooken en moet zij dan
gerookt op haar verkoopplaats brengen.

      Naar het oordeel van de Verdeelingscommissie,

waar verzoeken van adressante herhaaldelijk werden be-
handeld en afgewezen, is deze toewijzing volkomen in
overeenstemming met den aard van den handel van adres-
sante in de basisjaren. Zij ontvangt het hoogste voor
de rookers bepaalde kwantum versche aal.

      Het is juist, dat door den geringen aanvoer van

aal de verdienstmogelijkheden voor adressante zeer
zijn gedaald, doch dit geldt voor den geheelen groep
rookers.

      Op een toewijzing van versche visch heeft adres-

sante geen enkel recht.

      Ik geef U in overweging op het onderhavige ver-

zoek afwijzend te beschikken.

                                 De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is een verzoek van een onderneemster, A. Harman Boomgaard, voor een hogere toewijzing van vis (mogelijk om haar bedrijf levensvatbaar te houden).

De directeur die de brief schrijft, adviseert de wethouder negatief ("afwijzend te beschikken"). Hij voert hiervoor drie redenen aan:
1. De toewijzing is gebaseerd op de "basisjaren" (de omzet van vóór de schaarste), wat destijds de standaardnorm was voor distributie.
2. Zij krijgt al het maximaal toegestane kwantum voor palingrokers.
3. Hoewel wordt erkend dat haar inkomsten zijn gedaald door de geringe aanvoer, wordt gesteld dat dit voor alle vishandelaren geldt en dus geen reden is voor een uitzondering.

De toon is formeel, zakelijk en onverbiddelijk, passend bij de bureaucratische aard van het distributiestelsel in oorlogstijd. In mei 1943 was de voedselvoorziening in Nederland volledig gereguleerd door het distributiestelsel. Vis was, net als bijna alle andere levensmiddelen, schaars. De "Verdeelingscommissie" speelde een cruciale rol in wie wat mocht inkopen en verkopen.

Paling ("aal") was een belangrijk product, maar de aanvoer was door de oorlogsomstandigheden op het IJsselmeer en de kustwateren drastisch verminderd. Veel kleine handelaren en rokers kwamen hierdoor in de financiële problemen. Dit document illustreert hoe de overheid vasthield aan strikte quota en historische referenties (de basisjaren) om de schaarste te beheren, zelfs als dat betekende dat individuele ondernemers kopje-onder gingen. De vermelding "A l h i e r" duidt aan dat zowel de zender als de ontvanger zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevonden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is een verzoek van een onderneemster, A. Harman Boomgaard, voor een hogere toewijzing van vis (mogelijk om haar bedrijf levensvatbaar te houden).

De directeur die de brief schrijft, adviseert de wethouder negatief ("afwijzend te beschikken"). Hij voert hiervoor drie redenen aan:
1. De toewijzing is gebaseerd op de "basisjaren" (de omzet van vóór de schaarste), wat destijds de standaardnorm was voor distributie.
2. Zij krijgt al het maximaal toegestane kwantum voor palingrokers.
3. Hoewel wordt erkend dat haar inkomsten zijn gedaald door de geringe aanvoer, wordt gesteld dat dit voor alle vishandelaren geldt en dus geen reden is voor een uitzondering.

De toon is formeel, zakelijk en onverbiddelijk, passend bij de bureaucratische aard van het distributiestelsel in oorlogstijd.

Historische Context

In mei 1943 was de voedselvoorziening in Nederland volledig gereguleerd door het distributiestelsel. Vis was, net als bijna alle andere levensmiddelen, schaars. De "Verdeelingscommissie" speelde een cruciale rol in wie wat mocht inkopen en verkopen.

Paling ("aal") was een belangrijk product, maar de aanvoer was door de oorlogsomstandigheden op het IJsselmeer en de kustwateren drastisch verminderd. Veel kleine handelaren en rokers kwamen hierdoor in de financiële problemen. Dit document illustreert hoe de overheid vasthield aan strikte quota en historische referenties (de basisjaren) om de schaarste te beheren, zelfs als dat betekende dat individuele ondernemers kopje-onder gingen. De vermelding "A l h i e r" duidt aan dat zowel de zender als de ontvanger zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevonden.

Kooplieden in dit dossier 8