Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 464
Dossier 24
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

16 mei 1943 (datum van de brief), 24 mei 1943 (datum van de ambtelijke aantekening). Van: Mevr. A. Harman-Boomgaard, Gerard Doustraat 32 huis, Amsterdam-Zuid. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 16 mei 1943 (datum van de brief), 24 mei 1943 (datum van de ambtelijke aantekening). Mevr. A. Harman-Boomgaard, Gerard Doustraat 32 huis, Amsterdam-Zuid. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. AFSCHRIFT.

no. 377 L.M.1943 19/5.

Mevr.A.Harman-Boomgaard.
Gerard Doustraat 32 huis.               Amsterdam, 16 Mei 1943.
Amsterdam-Zuid.
                                        Den Heer Wethouder
466/110/3                                 voor de Levensmiddelen,

                                              ALHIER.


Edelachtbare Heer,

Door dezen zou ik gaarne het volgende onder Uw aandacht willen brengen.
Sedert vele jaren drijk, ik, bijgestaan door mijn man, een handel in
gerookte visch(aal, schar, bokking e.d.). Op de mij toegewezen stand-
plaats aan de Albert Cuypstraat. Deze handel heeft door ons hard wer-
ken steeds een redelijke bestaansmogelijkheid opgeleverd. mede, door-
dat een aantal menschen ons gaandeweg hun vertrouwen heeft geschonken,
waardoor wij hen als zoogenaamde vaste klanten kunnen beschouwen.
Onze bestaansmogelijkheid wordt thans ernstig bedreigd.
Door de geringe toewijzing van handelswaar zijn de verdiensten, zoo-
danig ingekrompen, dat het door ons in betere tijden opgespaarde na-
genoeg is ingeteerd. Daar komt nog bij, dat de schaarsche bevoorrading
van mijn stal het verband met de vaste klanten losser doet worden,
waardoor blijvende schade zal ontstaan, naar te verwachten is. Door
een en ander staat te voorzien, dat wij binnen afzienbaren tijd een
beroep op ondersteuning door de gemeenschap zullen moeten doen; hetgeen
zeer zwaar zal vallen, aangezien wij altijd in ons eigen onderhoud
konden voorzien.
Naar aanleiding van het bovenstaande verzoek ik U zeer beleefd, om
te willen bevorderen, dat ons eenige ruimere toewijzing van gerookte
aal, scharren of garnalen, dan wel een aanvullende toewijzing van
versche visch gedaan wordt.
In de hoop, dat U mijn verzoek in welwillende overweging zult willen
nemen verblijf ik met
                                        Hxxxxxx hoogachting,
                                               w.g. A.Harman-Boomgaard.

De Wethouder voor de
Levensmiddelen enz.
stelt deze in handen
van den Directeur van
het Marktwezen om advies.

A'dam, 24 Mei 1943, In deze brief schetst Mevrouw Harman-Boomgaard de penibele economische situatie van haar en haar echtgenoot tijdens de Duitse bezetting. Ze drijven al jaren een viskraam op de Albert Cuypmarkt, maar door de oorlogsschaarste en de strikte distributie ("geringe toewijzing van handelswaar") kunnen zij niet langer in hun eigen levensonderhoud voorzien.

De toon van de brief is formeel en beleefd, maar bevat een duidelijke noodkreet. De schrijfster benadrukt dat zij hun hele leven hard hebben gewerkt en altijd zelfvoorzienend zijn geweest. Het vooruitzicht om een beroep te moeten doen op de "ondersteuning door de gemeenschap" (sociale bijstand) wordt gepresenteerd als een bittere laatste weg die zij koste wat kost willen vermijden.

Onderaan de brief is een ambtelijke notitie toegevoegd waaruit blijkt dat de Wethouder voor de Levensmiddelen de zaak voor advies heeft doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen. Dit illustreert de bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken in oorlogstijd. Dit document stamt uit mei 1943, een periode waarin de schaarste in het bezette Nederland steeds nijpender werd. De distributie van voedsel en goederen was volledig in handen van de overheid (onder toezicht van de bezetter). Voor kleine zelfstandigen, zoals marktkraamhouders op de Albert Cuypmarkt, betekende een tekort aan toewijzingen direct de ondergang van hun bedrijf.

De Albert Cuypmarkt was ook tijdens de oorlog een cruciaal punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam. Veel marktkooplui probeerden via officiële verzoeken aan de wethouder hun nering te redden. De taal in de brief (met spellingen als "visch", "zoo" en "dezen") is kenmerkend voor de formele correspondentie uit die tijd. De afkorting "w.g." bij de handtekening staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een officieel afschrift is van het origineel.

Samenvatting

In deze brief schetst Mevrouw Harman-Boomgaard de penibele economische situatie van haar en haar echtgenoot tijdens de Duitse bezetting. Ze drijven al jaren een viskraam op de Albert Cuypmarkt, maar door de oorlogsschaarste en de strikte distributie ("geringe toewijzing van handelswaar") kunnen zij niet langer in hun eigen levensonderhoud voorzien.

De toon van de brief is formeel en beleefd, maar bevat een duidelijke noodkreet. De schrijfster benadrukt dat zij hun hele leven hard hebben gewerkt en altijd zelfvoorzienend zijn geweest. Het vooruitzicht om een beroep te moeten doen op de "ondersteuning door de gemeenschap" (sociale bijstand) wordt gepresenteerd als een bittere laatste weg die zij koste wat kost willen vermijden.

Onderaan de brief is een ambtelijke notitie toegevoegd waaruit blijkt dat de Wethouder voor de Levensmiddelen de zaak voor advies heeft doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen. Dit illustreert de bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken in oorlogstijd.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1943, een periode waarin de schaarste in het bezette Nederland steeds nijpender werd. De distributie van voedsel en goederen was volledig in handen van de overheid (onder toezicht van de bezetter). Voor kleine zelfstandigen, zoals marktkraamhouders op de Albert Cuypmarkt, betekende een tekort aan toewijzingen direct de ondergang van hun bedrijf.

De Albert Cuypmarkt was ook tijdens de oorlog een cruciaal punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam. Veel marktkooplui probeerden via officiële verzoeken aan de wethouder hun nering te redden. De taal in de brief (met spellingen als "visch", "zoo" en "dezen") is kenmerkend voor de formele correspondentie uit die tijd. De afkorting "w.g." bij de handtekening staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een officieel afschrift is van het origineel.

Kooplieden in dit dossier 8