Ambtelijke notitie / Concept-beschikking.
Origineel
Ambtelijke notitie / Concept-beschikking. kwantuum versche aal.
Het is ~~ook~~ juist, dat
door den geringen aanvoer
van aal de verdienstmoge-
lijkheden voor adressante
zeer zijn gedaald, doch dit
geldt voor den geheelen groep
rookers. Ik moet er ~~evenwel~~
op wijzen, dat de vischverdeeling
in het leven is geroepen om
de visch op zoo goed mogelijke
wijze onder de bevolking te
brengen. Of hiermede een
bestaansmogelijkheid voor
den individueelen kleinhan-
delaar is geschapen, is dan
ook niet van primair belang.
Op een toewijzing van versche
visch heeft adressante geen
enkel recht.
Ik geef in overweging
op het onderhavige verzoek
afwijzend te beschikken.
DW De tekst is een ambtelijk advies over een verzoek van een vrouwelijke ondernemer (aangeduid als "adressante"), waarschijnlijk een palingrookster. Zij heeft verzocht om een toewijzing van verse aal omdat haar inkomsten door schaarste zijn gedaald.
De schrijver van de notitie erkent de economische achteruitgang, maar voert twee argumenten aan om het verzoek af te wijzen:
1. Gelijkheid: De schaarste treft de gehele beroepsgroep van rokers, niet alleen de verzoekster.
2. Doelstelling van het systeem: De "vischverdeeling" is er voor de voedselvoorziening van de bevolking als geheel, niet om de individuele winstgevendheid of het voortbestaan van kleine handelaren te garanderen.
De conclusie is hard: de adressante heeft geen "enkel recht" op de vis en het advies is dan ook om het verzoek af te wijzen. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) of de vroege wederopbouw in Nederland. De term "vischverdeeling" (met de oude spelling -ch) verwijst naar de distributieorganen die door de overheid werden opgezet om de schaarse voedselvoorraden te beheren. In deze periode was de economie strak gereguleerd en hadden ondernemers vergunningen en toewijzingen nodig om aan grondstoffen te komen. De zakelijke, bijna kille toon is kenmerkend voor de bureaucratie in tijden van schaarste, waarbij het collectief belang (de volksvoeding) boven het individuele belang van de middenstander werd gesteld.