Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. 2 juni 1943. J de Haan en Klopmuts
hebben inderdaad een toe-
wijzing van gen. artik. Zij
hebben dit artikel vóórheen
verkocht.
J. Hagedoorn (geen Hoogedoorn)
heeft dit artikel nimmer
verkocht en is dientenge-
volge door verdeelingscom-
missie afgewezen.
Door mij is met den N.V.C.
overeengekomen om haring
toe te wijzen aan haring-
handelaren, welke niet in
de verdeeling zijn opgenomen.
2-6-'43
DeHaan
opbergen. Het document is een interne ambtelijke notitie uit de Tweede Wereldoorlog betreffende de distributie van schaarse goederen, in dit geval haring. De schrijver (waarschijnlijk J. de Haan, gezien de handtekening en de referentie naar zichzelf in de derde persoon bovenaan als onderdeel van een firma) legt uit waarom bepaalde handelaren wel of geen toewijzing krijgen.
De kern van de besluitvorming is gebaseerd op historische verkoopcijfers ("vóórheen verkocht"). Omdat Hagedoorn het product nooit eerder verkocht heeft, is zijn aanvraag door de verdeelingscommissie afgewezen. Er wordt echter een uitzondering of nieuwe regeling vermeld: er is een afspraak gemaakt met de N.V.C. om ook haring toe te wijzen aan handelaren die aanvankelijk buiten de reguliere verdeling vielen.
De tekst is zakelijk en besluitvaardig. De toevoeging "opbergen" onderaan duidt erop dat de kwestie is afgehandeld en het document in het archief geplaatst kan worden. Het document dateert van juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De genoemde N.V.C. staat vrijwel zeker voor de Nederlandsche Vischcentrale, het orgaan dat onder toezicht van de bezetter de vishandel en -distributie controleerde.
Dergelijke notities geven inzicht in de bureaucratische processen achter de voedselvoorziening in oorlogstijd, waarbij de overheid (of de door de bezetter gecontroleerde instanties) bepaalde wie het recht had om schaarse producten zoals haring te verhandelen. Het toont aan dat 'historische rechten' (wie verkocht wat vóór de oorlog) een cruciale rol speelden bij het verkrijgen van vergunningen en toewijzingen. J. Hagedoorn J. de Haan