Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 mei 1943. H. Koelewijn, wonende aan de 1e Sweelinckstraat 20-I, Amsterdam (Z). [Hoofdtekst]
Amsterdam. 29. Mei 1943.
Aan Den Heeren.
Leden v/d. Vischverdeeling.
Hiermeden vraag ik u als nog om opgenomen
teworden in de verdeeling van Zee en Rievier
Visch. daar ik jaren in deze handel ~~be~~
betrokken geweest bent. En eenige tijd
in de haring geweest bent. om redenen met
die Crisisjaren dat er bij gedaan heb om
zelf mijn brood teverdienen om niet in met
Maatschappelijksteun tevallen. en van
af 1910. mijn brood met alle soorten.
Visch verdient heeft maar ook in alle
soorten visch. niets uitgezondert.
Hoopende een goede uitslag Teeken ik.
Hoogachtend.
H. Koelewijn
1e Sweelinckstraat 20-I
Amsterdam (Z)
[Ambtelijke aantekeningen in de kantlijn/onderaan]
Linksmidden (diagonaal):
Sedert wanneer
neemt H. Koelewijn
een vaste plaats
in met haring
op markt Alb C. str. [Albert Cuypstraat]
17-9-43 [onleesbare initialen]
Rechtsonder (diagonaal/horizontaal):
Opbergen
als afgedaan
te beschouwen
30-11-43
[onleesbare handtekening]
H. Koelewijn heeft sedert 2/3 '36 een
vaste plaats a/d alb. Cuypstraat, oorspron-
kelijk met visch, later met haring & zuurwaren.
J.v.B. 2/3 43 [of 2/11 43] * Inhoud: H. Koelewijn verzoekt om (opnieuw) te worden opgenomen in de officiële distributie van zee- en riviervis. Hij voert als argument aan dat hij al sinds 1910 in de vishandel werkzaam is. Hij vermeldt specifiek dat hij tijdens de crisisjaren (de Grote Depressie van de jaren '30) haring is gaan verkopen om te voorkomen dat hij afhankelijk zou worden van de "Maatschappelijksteun" (sociale bijstand).
* Taalgebruik: De brief bevat diverse spellings- en grammaticale fouten (bijv. "Rievier", "bent" in plaats van "ben", "Maatschappelijksteun" als één woord, "uitgezondert"). Dit wijst op een schrijver die waarschijnlijk over meer praktijkervaring dan formele scholing beschikte. Het taalgebruik is echter beleefd en de argumentatie is gericht op zelfredzaamheid, een waarde die in die tijd hoog werd aangeslagen.
* Administratieve gang van zaken: Uit de kanttekeningen blijkt dat de instantie (de Vischverdeeling) de beweringen van de aanvrager heeft gecontroleerd. Men heeft nagezocht sinds wanneer hij een vaste marktplaats had op de Albert Cuypmarkt. Een latere notitie bevestigt dat hij daar inderdaad sinds 2 maart 1936 staat, eerst met vis en later met haring en zuurwaren. Het dossier is uiteindelijk op 30 november 1943 als "afgedaan" gearchiveerd. * Oorlog en Distributie: Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) waren bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, onderworpen aan een streng distributiesysteem. Om vis te mogen inkopen en verkopen, moest een handelaar officieel geregistreerd staan bij de relevante instanties. De visserij op de Noordzee was bovendien sterk beperkt door oorlogsgevaar (mijnen, Duitse controles), waardoor de schaarste groot was.
* Sociale Context: De verwijzing naar de "Crisisjaren" is typerend voor die periode; de herinnering aan de massale werkloosheid van de jaren '30 lag nog vers in het geheugen. Koelewijn benadrukt zijn trots dat hij door hard te werken buiten de steun is gebleven.
* Locatie: De Albert Cuypstraat was (en is) de belangrijkste straatmarkt van Amsterdam. Het feit dat de autoriteiten marktgegevens uit 1936 konden achterhalen, toont aan dat de administratie van marktplaatsen ook tijdens de bezetting nauwgezet werd bijgehouden. H. Koelewijn