Ambtelijke correspondentie / brief.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / brief. 17 januari 1944. [Linksboven in rood potlood:] 46 B/233/4 '43
A'dam, 17/1 1944
Bedrijfschap enz.
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 6 Dec. jl. no. 29337/
Veld / Ran. bericht ik U, dat
het verzoek van H. Licht - W. Poel
ter om haar in de vischver-
deeling op te nemen, herhaalde-
lijk is behandeld in overweging
der Verdeelingscomm. voor visch
te dezer stede.
Mej. Licht is [doorgehaald: uitsluitend]
opgenomen in de verdeeling
[doorgehaald: en mosselen] van garnalen. Volgens de Comm.
heeft zij in de basis jaren nimmer
met visch gehandeld. In het
jaar 1941 heeft zij wel eens
een kleine hoeveelheid gerookte visch
te koop gehad, doch als bona
fide kleinhandelster kan
zij ook van dat jaar niet worden
beschouwd.
[Onderaan links in blauw/zwart en rood:] T 2.0.2.
Het verzoek wordt dan ook door
de Comm. met klem ontraaden
met welk advies ik mij kan Het document is een ambtelijke afwijzing betreffende een verzoek om toelating tot de officiële visdistributie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De brief is gericht aan een Bedrijfschap (waarschijnlijk het Bedrijfschap voor de Visscherij of een aanverwante instantie).
De kern van de zaak is de beoordeling of Mej. H. Licht (gehuwd met W. Poel) recht heeft op een aandeel in de visverdeling als kleinhandelaar. De "Verdeelingscommissie voor visch" in Amsterdam concludeert dat zij niet voldoet aan de eisen. De belangrijkste reden is dat zij in de "basisjaren" (de jaren voor de oorlog die als referentie dienden voor distributierechten) nooit in vis heeft gehandeld. Hoewel zij in 1941 incidenteel gerookte vis verkocht, wordt zij niet beschouwd als een "bona fide" (te goeder trouw/gevestigde) kleinhandelster. Hierdoor blijft haar handel beperkt tot garnalen.
De tekst eindigt abrupt bij "met welk advies ik mij kan", waarbij het woord "vereenigen" (vinden/eens zijn) op de volgende (niet zichtbare) pagina of onderaan de brief verwacht mag worden. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting in Nederland, waarin de schaarste aan voedsel leidde tot een strikt distributiesysteem. Om de handel te reguleren en zwarte handel tegen te gaan, moesten handelaren geregistreerd zijn bij de betreffende bedrijfschappen.
De "basisjaren" waar naar verwezen wordt, waren cruciaal: alleen degenen die vóór de schaarste al een legitiem bedrijf voerden, kregen toewijzingen van schaarse goederen. Deze bureaucratische drempel werd opgeworpen om te voorkomen dat nieuwe gelukszoekers of ongecontroleerde handelaren de distributieketen zouden verstoren. De term "bona fide" onderstreept de focus van de autoriteiten op het onderscheiden van erkende middenstanders van de rest. H. Licht W. Poel Bedrijfschap