Getypte brief (mogelijk een doorslag of ambtelijk afschrift, gezien de aanduiding "w.g.").
Origineel
Getypte brief (mogelijk een doorslag of ambtelijk afschrift, gezien de aanduiding "w.g."). 4 september 1943. H.P.M. Licht van der Poel, Willemsstraat 20 II, Amsterdam-Centrum. No. 709 L.M. 1943 15/9
No.46b/255/1 M. 1943 18/9
Den Heer Wethouder voor de Voedselvoorziening
te Amsterdam.
Amsterdam, 4 September 1943.
Mijnheer,
Hiermede neem ik beleefd Uw aandacht te vragen voor het volgende:
Reeds eenige tientallen jaren ben ik als koopvrouw in garnalen en overige vischsoorten werkzaam geweest, hetgeen ik aan de hand van verklaringen van grossiers enz. kan aantoonen.
Aan de Gem. Vischmarkt, alhier, ben ik eerst voor ongeveer een jaar in het bezit gesteld van een garnalentoewijzing, gedurende het mosselenseizoen worden mij door de z.g. Mosselencombinatie K.Lammers - C.van Zanten mosselen verstrekt, welke ik ook vroeger altijd verkocht heb.
Daar de verdeelingscommissie meent, dat ik voorheen nooit anders dan garnalen en mosslen verkocht en de door mij van twee visch-grossiers overgelegde verklaringen, dat ik vroeger ook zee- en rivier-visch verkocht, naast zich neerlegt, heb ik bij mijn pogingen, de visch-toewijzingen te verkrijgen waarop ik gezien mijn vroegere verkoopen, m.i. recht had, geen resultaat bereikt. De Dienst van het Marktwezen heeft n.l. op een desbetreffend verzoek mijnerzijds afwijzend beschikt. Daar toch de opzet der geheele vischverdeeling zoodanig was, dat iedere handelaar datgene behoort te krijgen, waarop hij gezien zijn antecedenten recht heeft, richt ik het beleefd verzoek tot U, mij een onderhoud te willen toestaan, waarin ik mijn zaak kan uiteenzetten, opdat zoo het besluit van de Dienst van het Marktwezen dat te mijnen opzichte genomen is, herzien worden. Gaarne eenig bericht afwachtend, bij voorbaat beleefd dankend,
hoogachtend,
w.g. H.P.M. Licht v.d. Poel.
H.P.M. Licht van der Poel
Willemsstraat 20 II
Amsterdam-Centrum. In deze brief beklaagt H.P.M. Licht van der Poel, een Amsterdamse viskoopvrouw, zich over de beperkte toewijzing van handelsproducten. Hoewel zij al decennia in de vissector werkt, heeft de "Dienst van het Marktwezen" haar slechts toestemming gegeven voor de handel in garnalen en (seizoensgebonden) mosselen.
De schrijfster voert aan dat zij bewijzen heeft (verklaringen van grossiers) dat zij vroeger ook zee- en riviervis verkocht. Zij ageert tegen de bureaucratische beslissing van de verdeelingscommissie die haar deze rechten ontzegt. Haar argumentatie is gebaseerd op het principe van historische rechten ("antecedenten"): zij vindt dat de verdeling gebaseerd moet zijn op wat een handelaar vóór de restricties gewoon was te verkopen. Ze verzoekt de wethouder om een persoonlijk onderhoud om haar zaak te bepleiten en het besluit te laten herzien. De brief dateert uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikte distributie-economie. De handel in levensmiddelen, waaronder vis, was volledig gereguleerd door de overheid om de schaarse middelen te beheersen en de voedselvoorziening te controleren.
Ondernemers waren afhankelijk van officiële "toewijzingen" (quota) om hun beroep te kunnen uitoefenen. De "Dienst van het Marktwezen" in Amsterdam speelde hierbij een centrale rol. Voor kleine zelfstandigen, zoals deze koopvrouw uit de Jordaan (Willemsstraat), was de toewijzing van producten een kwestie van economisch overleven. De brief illustreert de spanning tussen de starre bureaucratie van de bezettingsjaren en de individuele ondernemers die probeerden hun rechtmatige plek in de handel te behouden. De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit document een kopie is voor het archief. H.P.M. Licht Marktwezen