Getypte zakelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte zakelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 23 oktober 1943. C. van Bambergen, Handel in versche & gerookte visch. De Directie der Gemeente Vischafslag, Amsterdam. [Briefhoofd]
C. VAN BAMBERGEN
1e LINDENDWARSSTRAAT 2
AMSTERDAM (CENTRUM).
HANDEL IN VERSCHE & GEROOKTE VISCH.
[Rechtsboven handgeschreven]
388
Aanhouden
30-11-43
detlan [?]
[onleesbare initialen in rood en potlood]
AMSTERDAM, 23 OCTOBER 1943.
No. 46⁶/280/1 M. 1943 ²⁵/₁₀
[Diagonaal handgeschreven in blauw] opb [initialen]
[Diagonaal handgeschreven in potlood] Zie correspondentie N.V.C. [initialen]
AAN DE DIRECTIE DER GEMEENTE VISCHAFSLAG.
A M S T E R D A M .
Mijne Heeren,
Gezien het tweede uitvoeringsbesluit van het visscherijbesluit 1941, Artikel 2, werd mij door de Nederlandsche Visscherij Centrale op 21 April 1943 medegedeeld dat ik mijn toewijzing Aal en zoetwatervisch, die ik van de Vischafslag te Enkhuizen ontvang, aan de Gemeente Vischafslag te Amsterdam moest afleveren.
In het schrijven van bovengenoemde centrale werd mij tevens bericht, dat ik als kleinhandelaar voor een toewijzing in de verdeeling van den vischafslag te Amsterdam in aanmerking kwam, voor versche aal, gerookte aal en visch en zoetwatervisch.
Door dezen neem ik de vrijheid onder Uw aandacht te brengen, dat ik voor gerookte aal slechts een voorloopige gift van 80 Pond heb gekregen, terwijl ik gerookte visch, verpakte bliek enz. in het geheel niet heb ontvangen. Voor zoetwatervisch heb ik een toewijzing van 40 pond per beurt.
Mijn beleefd verzoek is nu of U in verband met het geringe kwantum zoetwatervisch deze toewijzing zoudt willen verhoogen tot 80 Pond per beurt, daar ik steeds veel grooter omzet hierin heb gehad.
Verder zoudt U mij ten zeerste verplichten indien U aan de toewijzing van gerookte visch, verpakte bliek enz. Uw aandacht zoudt willen schenken, daar ik met de geringe kwantums geen voldoende inkomsten voor mijn zaak heb en er tevens aanspraak op kan maken volgens schrijven van de Nederlandsche Visscherijcentrale.
Met belangstelling spoedig Uw berichten tegemoetziende, teeken ik,
Hoogachtend,
Uw.dw.
[Handtekening: C.v. Bambergen]
[Initialen onder handtekening: E WB] * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse vishandelaar (C. van Bambergen) aan de directie van de Gemeentelijke Visafslag. Hij vraagt om een verhoging van zijn toewijzing (quotum) van zoetwatervis en klaagt over het uitblijven van toewijzingen voor gerookte vis en bliek.
* Argumentatie: Van Bambergen voert aan dat zijn huidige toewijzingen niet in verhouding staan tot zijn historische omzet en dat hij met de huidige hoeveelheden onvoldoende inkomen genereert om zijn zaak te laten voortbestaan. Hij beroept zich hierbij op eerdere correspondentie van de Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC).
* Administratieve sporen: De brief bevat diverse aantekeningen van ambtenaren. "Aanhouden 30-11-43" duidt erop dat de beslissing werd uitgesteld. De verwijzing "Zie correspondentie N.V.C." geeft aan dat de administratie het dossier van de overkoepelende organisatie moest raadplegen voor verificatie. * Historische context: De brief dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarsche en distributie: De handel in levensmiddelen was destijds streng gereguleerd via een distributiesysteem. Het "Visscherijbesluit 1941" was een maatregel van de bezetter om de voedselvoorziening en export naar Duitsland te controleren. Handelaren waren volledig afhankelijk van de overheid (en de door de bezetter gecontroleerde organen zoals de NVC) voor hun goederenvoorraad.
* Lokale geschiedenis: De afzender was gevestigd in de 1e Lindendwarsstraat in de Jordaan, van oudsher een volksbuurt met veel kleine neringdoenden. De Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam (destijds gevestigd aan de De Ruyterkade) speelde een centrale rol in de visdistributie voor de stad. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers onder het juk van de bureaucratische bezettingseconomie. C. van Bambergen