Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 47
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

27 oktober 1939. Van: De Directeur (onbekende instantie, mogelijk een forensisch of psychiatrisch instituut). Aan: Mr. D. Mooij, Advocaat en Procureur te Amsterdam.

Origineel

27 oktober 1939. De Directeur (onbekende instantie, mogelijk een forensisch of psychiatrisch instituut). Mr. D. Mooij, Advocaat en Procureur te Amsterdam. vP/HG.
extra.
27/115/2 M.

27 October 1939.

den Heer Mr.D.Mooij,
Advocaat en Procureur,
Keizersgracht 554,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 dezer inzake
strafzaak van Oort deel ik U mede, dat de door U gestelde
vraag zeer waarschijnlijk niet met absolute zekerheid
zal kunnen worden beantwoord. Intusschen kan het daartoe
strekkende onderzoek alleen worden ingesteld, indien een
desbetreffend verzoek vanwege de Justitie wordt gedaan.

De Directeur, De brief dient als een formele reactie op een informatieverzoek van een advocaat in het kader van de "strafzaak van Oort". De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Inhoudelijk: De directeur stelt dat de gestelde vraag vermoedelijk nooit met absolute zekerheid beantwoord zal kunnen worden, wat duidt op een complexe of ambigue (medische/technische) kwestie.
2. Procedureel: De directeur wijst de advocaat erop dat zijn instantie niet direct in opdracht van de verdediging onderzoek kan verrichten. Hiervoor is een officieel verzoek van "de Justitie" (het Openbaar Ministerie of de rechter-commissaris) noodzakelijk.

De toon is afstandelijk en strikt bureaucratisch, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit de vooroorlogse periode. Het document dateert van oktober 1939, enkele weken na het begin van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en het dagelijks leven (inclusief de rechtsgang) doorging.

De ontvanger, Mr. D. Mooij, was gevestigd aan de Keizersgracht, een voornaam adres voor de Amsterdamse advocatuur. De toevoeging "Wijk 5" verwijst naar de oude Amsterdamse wijkindeling die destijds nog in gebruik was voor postadressering. De brief geeft een interessant inkijkje in de strikte scheiding van machten en procedures binnen het toenmalige strafrechtelijke systeem, waarbij de verdediging beperkt was in haar mogelijkheden om direct specialistisch onderzoek aan te vragen bij officiële instanties. D. Mooij

Samenvatting

De brief dient als een formele reactie op een informatieverzoek van een advocaat in het kader van de "strafzaak van Oort". De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Inhoudelijk: De directeur stelt dat de gestelde vraag vermoedelijk nooit met absolute zekerheid beantwoord zal kunnen worden, wat duidt op een complexe of ambigue (medische/technische) kwestie.
2. Procedureel: De directeur wijst de advocaat erop dat zijn instantie niet direct in opdracht van de verdediging onderzoek kan verrichten. Hiervoor is een officieel verzoek van "de Justitie" (het Openbaar Ministerie of de rechter-commissaris) noodzakelijk.

De toon is afstandelijk en strikt bureaucratisch, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit de vooroorlogse periode.

Historische Context

Het document dateert van oktober 1939, enkele weken na het begin van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en het dagelijks leven (inclusief de rechtsgang) doorging.

De ontvanger, Mr. D. Mooij, was gevestigd aan de Keizersgracht, een voornaam adres voor de Amsterdamse advocatuur. De toevoeging "Wijk 5" verwijst naar de oude Amsterdamse wijkindeling die destijds nog in gebruik was voor postadressering. De brief geeft een interessant inkijkje in de strikte scheiding van machten en procedures binnen het toenmalige strafrechtelijke systeem, waarbij de verdediging beperkt was in haar mogelijkheden om direct specialistisch onderzoek aan te vragen bij officiële instanties.

Genoemde Personen 1

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 2