Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekening. 3 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Handgeschreven bovenaan: extra
D/G.
98/1/5 M
3 Februari 1941.
Vordering terrein
Centrale Markt.
den Heer Chef van het
Quartieramt,
Museumplein 17,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 24.
Ingevolge afspraak met den boekhouder van myn dienst op 31 Januari jl. heb ik de eer U in bylage dezes het verzoek om schadeloosstelling, ter zake van het door de Duitsche Weermacht op 16 December 1940 gevorderde terrein, geteekend te doen toekomen.
Ter vaststelling van de waarde van het onderhavige terrein zyn geen bescheiden bygevoegd, omdat geen gronden zyn verhuurd.
Te Uwer oriënteering deel ik U echter mede, dat in Mei 1940 een grondstuk, groot 600 m2, bestemd voor opslagterrein, werd verhuurd aan een brandstoffenhandelaar tegen een huurprys van ƒ 1,25 per m2 per jaar; het contract werd evenwel in verband met het intreden van den oorlogstoestand geannuleerd.
Verder werd dezer dagen in principe met den directeur van den plaatselyken Telefoondienst te Amsterdam overeenstemming bereikt over den huur van een grondstuk, eveneens bestemd voor opslagterrein, groot ± 2000 m2 tegen een huurprys van ƒ 1,- per m2 per jaar.
De Directeur, Deze brief betreft een verzoek om schadevergoeding naar aanleiding van een vordering door de Duitse bezetter. Op 16 december 1940 heeft de Wehrmacht een terrein van de Centrale Markt in Amsterdam in gebruik genomen (gevorderd).
De essentie van de brief is de bewijsvoering voor de financiële waarde van het gevorderde terrein. Omdat er op dat moment geen actuele huurcontracten voor dat specifieke stuk grond waren, voert de directeur twee vergelijkingen aan om een marktconforme prijs te rechtvaardigen:
1. Een geannuleerd contract uit mei 1940 (ƒ 1,25 per m2).
2. Een recente principeovereenkomst met de Gemeentetelefoon (ƒ 1,00 per m2).
Opvallend is de zakelijke, ambtelijke toon waarmee de directeur probeert de schade voor de gemeentelijke dienst te beperken binnen de kaders van de bezettingsbureaucratie. De brief is geschreven in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Het Quartieramt (Kwartierambt) was de instantie die belast was met de huisvesting van Duitse troepen en diensten. Zij vorderden op grote schaal gebouwen en terreinen.
De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal logistiek punt. Dat de Wehrmacht hier terreinen vorderde, was gebruikelijk voor de opslag van materieel of brandstof.
Het adres Museumplein 17 was tijdens de oorlog een belangrijk zenuwcentrum van de bezetter; onder andere de Dienststelle van de Reichskommissar en aanverwante administratieve diensten waren rond het plein gevestigd. De brief illustreert hoe de Nederlandse bureaucratie bleef functioneren onder de bezetting en via formele weg probeerde vergoedingen te regelen voor in beslag genomen eigendommen.