Dienstbrief (getypt met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Dienstbrief (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 13 april 1943. Gemeente Amsterdam, Bureau voor Inkwartiering (gevestigd aan de Miereveldstraat 9). Den heer Directeur van het Marktwezen (Jan van Galenstraat 14, Amsterdam). [Briefhoofd]
Gemeente Amsterdam
Bur. voor Inkwartiering
van Miereveldstraat 9
Telefoon 25311.
Letter BH/R.
No. 430-G.B.I.'43.
Bijlagen 20.
Amsterdam, 13 April 1943.
Den heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M.
[Linksboven handgeschreven aantekening]
M.v.Dri.
[Onderwerpregel]
Ref. : vorderingsbiljet nr.1563 dd. 2-4-1943.
Betr.: Restitutie ontruimingskosten voor loods C aan Pier 3.
[Stempel links]
No. ~~37/537~~ M. 1943 14/4
98/2/3
[Inhoud]
Ik doe U hierbij 20 circulaires toekomen, welke U aan de verschillende firma's gelieve uit te reiken, die bij de hierboven genoemde ingebruikneming door het Wehrmacht-verpflegungshauptamt op 9 dezer zijn betrokken.
Mochten ook door Uw dienst ontruimingskosten zijn gemaakt, dan zie ik Uw rekening, uitgemaakt ten name van het betreffende militaire onderdeel, gaarne tegemoet.
Volledigheidshalve wijs ik U er nog op, dat voor de ingebruiknemingen in de groote markthal geen restitutie van kosten door de Duitsche weermacht kan plaats vinden, daar hier de z.g. inkwartieringsverordening nr.50 van toepassing is.
De Chef van het Gem. Bureau voor Inkwartiering,
[Handtekening: Minwerner]
[Handgeschreven kanttekeningen links]
Bestelde circulaires laten uitreiken 1 mei '43
S/6
Dri
[Handgeschreven aantekening onderaan]
Moet nog officieel of werkelijk worden nagegaan dat ontruiming heeft plaatsgehad?
S
9/8
98?
[Voetnoot]
Stadsdrukkerij Amsterdam
1019-1-43-750 Deze brief is een administratief overblijfsel van de interactie tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de vordering (het in beslag nemen) van loods C aan Pier 3 door het Wehrmachtverpflegungshauptamt* (het hoofdkantoor voor de voedselvoorziening van het Duitse leger).
- Doel: De Directeur van het Marktwezen krijgt de opdracht om informatie (circulaires) te verspreiden onder de bedrijven die uit de loods moesten vertrekken.
- Financieel: Er wordt gesproken over de mogelijkheid om gemaakte ontruimingskosten in rekening te brengen bij de Wehrmacht. Opvallend is echter de expliciete weigering van restitutie voor vorderingen in de "groote markthal".
- Regelgeving: De brief verwijst naar "inkwartieringsverordening nr. 50". Dit was een wettelijk instrument waarmee de bezetter de kosten van vorderingen en inkwartiering kon afschuiven op de Nederlandse gemeenten of burgers, zonder dat daar een volledige vergoeding tegenover stond.
- Bureaucratie: De vele stempels, referentienummers en handgeschreven krabbels tonen een actieve, nauwgezette ambtenarij die, ondanks de oorlogsomstandigheden, de administratieve procedures strikt bleef volgen. In 1943 was de Duitse bezetting van Nederland in een verharde fase beland. De Wehrmacht had grote behoefte aan logistieke faciliteiten, zoals opslagplaatsen in de haven en nabij markten, om de troepen te bevoorraden. Het Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering fungeerde hierbij als tussenpersoon; zij moesten de orders van de bezetter uitvoeren en de administratieve afwikkeling met lokale diensten en bedrijven regelen.
De Jan van Galenstraat, waar de ontvanger kantoor hield, is nog steeds de locatie van de Amsterdamse Centrale Markthallen. Dat juist hier panden gevorderd werden voor het Verpflegungshauptamt is logisch, gezien de centrale rol van deze plek in de voedseldistributie. De brief illustreert hoe de bezetter gebruikmaakte van bestaande civiele infrastructuur en hoe de Nederlandse bureaucratie werd ingezet om de bezettingslasten te beheren.