Ambtelijke correspondentie / Brief.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Brief. Geschreven na 23 juli 1943 (verwijst naar gebeurtenissen op 9 april 1943). De Directeur van de Centrale Markt (Amsterdam). 28/3/3 [in rood potlood]
Chef van het Gemeentelijk
Bureau voor Inkwartiering,
Van Beuningenstraat 9,
Amsterdam, West.
In antwoord op Uw schrijven van
23 Juli j.l. No Letter 578-d- G.B.I. '43
[tussenvoeging:] op 9 april 1943
heb ik de eer U te berichten, dat door het
Wehrmachtsverpflegungshauptamt
een bestraat terreingedeelte ter grootte
van 360 M² werd gevorderd, gelegen
op de Centrale Markt. Jan v Galenstraat
tusschen het halgebouw en het koelhuis.
De Directeur, Dit document is een formele bevestiging van een vordering tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de Centrale Markt in Amsterdam rapporteert aan het Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering (G.B.I.) over het verlies van zeggenschap over een specifiek deel van het marktterrein.
De tekst bevat enkele doorstalingen en een boven de regel toegevoegde datum ("op 9 april 1943"), wat duidt op een administratieve correctie om de exacte datum van de feitelijke vordering vast te leggen. Er wordt specifiek verwezen naar het Wehrmachtsverpflegungshauptamt, de Duitse instantie die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening en logistiek van de Wehrmacht. De oppervlakte (360 m²) en de exacte locatie (tussen het halgebouw en het koelhuis) worden nauwkeurig omschreven, waarschijnlijk voor de administratie van schadevergoedingen of huurderving. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was tijdens de oorlog een cruciaal logistiek punt. De Duitse bezetter vorderde regelmatig delen van de infrastructuur voor eigen gebruik. Het "Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering" fungeerde hierbij vaak als tussenpersoon tussen de bezettende macht en de gemeentelijke diensten.
Het jaar 1943 was een periode waarin de druk van de bezetter op de Nederlandse infrastructuur toenam. De vordering door het Wehrmachtsverpflegungshauptamt geeft aan dat het terrein werd gebruikt voor de opslag of distributie van rantsoenen voor het Duitse leger. De Van Beuningenstraat 9, waar het Bureau voor Inkwartiering was gevestigd, lag in de directe nabijheid van de Centrale Markt in Amsterdam-West.
Samenvatting
Dit document is een formele bevestiging van een vordering tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de Centrale Markt in Amsterdam rapporteert aan het Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering (G.B.I.) over het verlies van zeggenschap over een specifiek deel van het marktterrein.
De tekst bevat enkele doorstalingen en een boven de regel toegevoegde datum ("op 9 april 1943"), wat duidt op een administratieve correctie om de exacte datum van de feitelijke vordering vast te leggen. Er wordt specifiek verwezen naar het Wehrmachtsverpflegungshauptamt, de Duitse instantie die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening en logistiek van de Wehrmacht. De oppervlakte (360 m²) en de exacte locatie (tussen het halgebouw en het koelhuis) worden nauwkeurig omschreven, waarschijnlijk voor de administratie van schadevergoedingen of huurderving.
Historische Context
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was tijdens de oorlog een cruciaal logistiek punt. De Duitse bezetter vorderde regelmatig delen van de infrastructuur voor eigen gebruik. Het "Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering" fungeerde hierbij vaak als tussenpersoon tussen de bezettende macht en de gemeentelijke diensten.
Het jaar 1943 was een periode waarin de druk van de bezetter op de Nederlandse infrastructuur toenam. De vordering door het Wehrmachtsverpflegungshauptamt geeft aan dat het terrein werd gebruikt voor de opslag of distributie van rantsoenen voor het Duitse leger. De Van Beuningenstraat 9, waar het Bureau voor Inkwartiering was gevestigd, lag in de directe nabijheid van de Centrale Markt in Amsterdam-West.