Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 3 oktober 1941. Quartieramt, Museumplein 17, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam - W. [Rechtsboven handgeschreven/stempel:] № 98/7/6 M.1941 4/10
Gemeente Amsterdam
Quartieramt
Museumplein 17
Telefoon 25573, 25311
Amsterdam, 3 October 1941.
Letter M/R.
No. 1316b Q.A.1941.
Aan den heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m – W.
[Handgeschreven aantekeningen in blauw, rood en zwart:]
551
op dit m Mijhler [?]
[Paars rond stempeltje]
In aansluiting op het telefonisch onderhoud, dat U op 2 dezer met den adjunct-chef had betreffende vergoeding voor gebruik door de Duitsche weermacht van een stuk grond ter grootte van 12900 m2 (vordering no. 551), bericht ik U het volgende:
Mijn brief van 25 September 1941, omtrent deze aangelegenheid aan U gericht, was gegrondvest op het feit, dat thans de Wehrmachtbezirksverwaltung een veel lagere vergoeding wil toekennen op grond van door haar ontvangen aanwijzingen.
Ik ben thans in overleg, op welke manier hierin verandering kan worden aangebracht; teneinde U van eventueele vertraging op de hoogte te stellen, zond ik U op 25 September bovenbedoeld bericht.
De Chef van het Quartieramt,
[Onduidelijke handtekening]
adj.
Coll. h
[Linksonder:] Stadsdrukkerij Amsterdam * 15821-7-41-1000
[Rechtsonder:] 98 * Onderwerp: De brief betreft een conflict over de financiële vergoeding voor een gevorderd terrein (vordering 551) van 12.900 m² door de Duitse Wehrmacht.
* De kern van de kwestie: De Duitse militaire administratie (Wehrmachtbezirksverwaltung) heeft de vergoeding voor het gebruik van het terrein eenzijdig verlaagd op basis van nieuwe "aanwijzingen". De schrijver van de brief probeert hierover in overleg te treden om een hogere vergoeding te bewerkstelligen.
* De rol van het Quartieramt: Dit was een gemeentelijke instantie die fungeerde als intermediair tussen de Duitse bezetter en de burgerlijke diensten (zoals het Marktwezen) voor zaken als inkwartiering en vorderingen.
* Bureaucratische taal: De brief is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("U op 2 dezer", "eventueele vertraging"). Het weerspiegelt de dagelijkse administratieve afhandeling van de bezetting. * Tijdsbeeld: Oktober 1941, de Tweede Wereldoorlog is ruim een jaar gaande in Nederland. De bezetter legt steeds meer beslag op civiele middelen en infrastructuur.
* Locatie: Het Marktwezen bevond zich aan de Jan van Galenstraat (de Centrale Markthallen). De vordering van bijna 1,3 hectare grond suggereert dat de Duitsers een groot deel van het marktterrein gebruikten voor eigen logistieke of militaire doeleinden.
* Administratieve weerstand: Uit de tekst ("Ik ben thans in overleg, op welke manier hierin verandering kan worden aangebracht") blijkt dat Nederlandse ambtenaren binnen de beperkte marges van de bezetting soms probeerden de schade voor de stad te beperken door te onderhandelen over vergoedingen.
* Museumplein 17: Het adres van het Quartieramt bevond zich vlakbij het hoofdkwartier van de Wehrmachtbefehlshaber in Nederland, wat de korte lijnen tussen de gemeentelijke dienst en de Duitse autoriteiten verklaart.