Officiële brief/formulier van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/formulier van de Gemeente Amsterdam. 30 november 1941. [Stempel linksboven: Wapen van Amsterdam met tekst: GEMEENTE AMSTERDAM]
[Stempel midden boven, blauw:] Nº 98/9/4 M. 1341 4/12
[Handgeschreven rechtsboven:] m. Dir / Th. Mijssen
Gemeente Amsterdam
Quartieramt
Museumplein 17
Telefoon 96749
Amsterdam, 30 November 1941
Aan
den Heer Directeur van het
Marktwezen
Jan v. Galenstraat
Vorderingsnummer 567
Hierbij doe ik U toekomen de berekening van de vergoeding voor het door de Duitsche Weermacht gevorderde perceel Jan v. Galenstraat (paardenstal 296 qm) over de periode van 1-7-’41 – 1-11-’41
~~Binnen enkele dagen ontvangt U een mandaat, waarbij het bedrag te Uwer beschikking wordt gesteld.~~
Het bedrag zal binnen enkele dagen op Uw gm. giro rekening worden overgeschreven.
De Chef van het Quartieramt,
[Handgeschreven handtekening in paars:] v. Meeuwen
[Rechtsonder in potlood:] 95 * Administratieve proces: Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van vorderingen door de bezetter. Hoewel de Duitse Wehrmacht eigendommen in beslag nam, werd er via de gemeentelijke instanties (het Quartieramt) een financiële vergoeding geregeld.
* Object: Het gaat om een paardenstal van 296 vierkante meter (qm = Quadratmeter) aan de Jan van Galenstraat. Dit is de locatie van de Centrale Markthallen, waar paarden destijds essentieel waren voor het transport van goederen.
* Wijziging betaalwijze: De voorgedrukte zin over een "mandaat" is doorgehaald en vervangen door de melding dat het bedrag op een "gm. giro" (gemeentelijke girorekening) wordt gestort. Dit wijst op een versnelling of modernisering van het betalingsverkeer binnen de gemeentelijke diensten tijdens de oorlogsjaren.
* Ondertekening: De brief is ondertekend door de chef van het Quartieramt, G.A. van Meeuwen. Dit document stamt uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Wehrmacht een enorme behoefte aan infrastructuur, opslagruimte en stallingen. In Amsterdam werd het Quartieramt (gevestigd aan het Museumplein, vlakbij het Duitse hoofdkwartier) belast met de logistieke en financiële afwikkeling van deze inkwartieringen en vorderingen.
De vordering van een paardenstal bij het Marktwezen is logisch verklaarbaar: de Duitsers maakten op grote schaal gebruik van paarden voor hun logistiek aan het front en in de bezette gebieden. Het feit dat de ene gemeentelijke dienst (Quartieramt) de andere (Marktwezen) betaalt voor een Duitse vordering, laat zien hoe de Nederlandse overheidsstructuur ondergeschikt was gemaakt aan de behoeften van de bezetter, maar wel volgens strikte administratieve regels bleef functioneren.