Dienstmededeling / Circulaire
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire 12 maart 1943 (afgeleid uit stempel) [Gedrukte briefkop]
GEMEENTELIJK MATERIALENBUREAU
Oudezijds Achterburgwal 213
[Linksboven]
No. 13ᶜ/214ᵃ G.M.B.
[Paars stempel met handgeschreven toevoeging]
No. /100/4/2 M. 1943 ¹²/₃
[Rechtsboven handgeschreven paraaf in blauwe inkt]
[Adressering]
Aan Heeren Hoofden van Diensten
en Bedrijven.
[Inhoud]
Hierdoor bericht ik U, dat de Sectie Verf en Verfgrondstoffen van het Rijksbureau voor Chemische Producten heeft medegedeeld, dat de beschikbare hoeveelheden lijnolie in Nederland thans zijn uitgeput.
Dientengevolge kunnen geen toewijzingen voor dit product meer worden verstrekt.
Correspondentie over lijnolietoewijzingen zal door het Rijksbureau niet meer in behandeling worden genomen.
[Ondertekening]
Het Hoofd van het
Gemeentelijk Materialenbureau,
Ir. E. de Kruijff.
[Rechtsonder handgeschreven in blauwe inkt]
100 Deze korte zakelijke mededeling is een formeel bericht van het Amsterdamse Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.). De kernboodschap is dat de nationale voorraad lijnolie volledig is uitgeput. Als gevolg hiervan worden alle toewijzingen stopgezet en heeft het ook geen zin meer om hierover te corresponderen met het Rijksbureau voor Chemische Producten.
Het document bevat diverse administratieve kenmerken:
* Kenmerken: Er wordt gebruikgemaakt van complexe dossienummers en een datumstempel (12 maart 1943).
* Handtekening: De brief is ondertekend (in druk) door Ir. E. de Kruijff, die destijds het hoofd was van dit bureau.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en zakelijk ("Hierdoor bericht ik U", "Dientengevolge"). Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). Tijdens de bezetting heerste er in Nederland een enorme schaarste aan grondstoffen. Bijna alle materialen stonden onder streng toezicht van 'Rijksbureaus', die bepaalden wie wat mocht ontvangen via een distributiestelsel.
Lijnolie was een cruciaal ingrediënt voor de productie van verf, stopverf en linoleum. De mededeling dat de voorraden in heel Nederland "thans zijn uitgeput" illustreert de nijpende economische situatie van die tijd. Veel grondstoffen werden door de Duitse bezetter gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie, waardoor er voor civiel gebruik in Nederland (zoals onderhoud aan gebouwen door gemeentelijke diensten) niets meer overbleef. Het stopzetten van de correspondentie wijst op een definitieve situatie: er was simpelweg niets meer te verdelen.