Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 29 januari 1943. No. 401/2/1 1943 2/2 [handgeschreven/stempel]
Afschrift
No. 63/2 L. M. 194 3
[Embleem: Wapen van Amsterdam met twee leeuwen]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Overwegende, dat blijkens het schrijven van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen, dd. 23 Januari 1943, no. 40177, de aan Hendricus Franciscus de Bruijn, geboren 9 Januari 1908, wonende Goudsbloemstraat 88 I a., verleende vergunning als kleinhandelaar in oude materialen en afvalstoffen is ingetrokken;
Heeft goedgevonden dientengevolge de aan hem verleende Gemeentelijke vergunning tot het opkoopen van oude materialen en afvalstoffen, serie L no. 73, hierbij in te trekken.
GM
Amsterdam, 29 Januari 1943.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven rechtsonder:]
gez. AB.
bespr.
[Linksonder:]
K 350 Dit document is een formeel besluit tot het intrekken van een handelsvergunning. De burgemeester van Amsterdam trekt de gemeentelijke vergunning in van Hendricus Franciscus de Bruijn voor het opkopen van "oude materialen en afvalstoffen" (schroot en lompen).
De aanleiding voor dit besluit is een eerdere intrekking door het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen. Het document volgt een strikte ambtelijke hiërarchie: zodra de landelijke instantie de vergunning intrekt, is de gemeente verplicht de lokale vergunning eveneens te annuleren. De ondertekening geschiedt door Edward Voûte (burgemeester) en J.F. Franken (gemeentesecretaris). Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde (regerings)burgemeester van Amsterdam.
De controle op "oude materialen en afvalstoffen" was tijdens de oorlogsjaren van cruciaal belang voor de oorlogseconomie. Metalen, textiel en papier waren schaars en werden streng gereguleerd door de Rijksbureaus om de Duitse oorlogsindustrie te voeden. Het intrekken van een dergelijke vergunning betekende voor de betrokkene vaak het einde van zijn broodwinning. De Goudsbloemstraat, waar de betrokkene woonde, ligt in de Jordaan, een wijk waar destijds veel kleine handelaren en ambachtslieden gevestigd waren. De toevoeging "K 350" linksonder is een typografisch kenmerk van drukwerk uit de bezettingsperiode (het zogenaamde K-nummer). J.F. Franken Gemeente Amsterdam Rijksbureau
Samenvatting
Dit document is een formeel besluit tot het intrekken van een handelsvergunning. De burgemeester van Amsterdam trekt de gemeentelijke vergunning in van Hendricus Franciscus de Bruijn voor het opkopen van "oude materialen en afvalstoffen" (schroot en lompen).
De aanleiding voor dit besluit is een eerdere intrekking door het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen. Het document volgt een strikte ambtelijke hiërarchie: zodra de landelijke instantie de vergunning intrekt, is de gemeente verplicht de lokale vergunning eveneens te annuleren. De ondertekening geschiedt door Edward Voûte (burgemeester) en J.F. Franken (gemeentesecretaris).
Historische Context
Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde (regerings)burgemeester van Amsterdam.
De controle op "oude materialen en afvalstoffen" was tijdens de oorlogsjaren van cruciaal belang voor de oorlogseconomie. Metalen, textiel en papier waren schaars en werden streng gereguleerd door de Rijksbureaus om de Duitse oorlogsindustrie te voeden. Het intrekken van een dergelijke vergunning betekende voor de betrokkene vaak het einde van zijn broodwinning. De Goudsbloemstraat, waar de betrokkene woonde, ligt in de Jordaan, een wijk waar destijds veel kleine handelaren en ambachtslieden gevestigd waren. De toevoeging "K 350" linksonder is een typografisch kenmerk van drukwerk uit de bezettingsperiode (het zogenaamde K-nummer).