Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 10 februari 1943 (met een stempel bovenaan gedateerd 11 februari 1943). No. 101/3/1 M. 1943 11/2 [stempel]
[Handgeschreven paraaf in de rechterbovenhoek, doorgehaald met rode streep]
Afschrift
No. 63/9 L. M. 1943 [handgeschreven '3']
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Overwegende, dat door het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen de aan Antonius Johannes Engelen, wonende Rusland 15 hs, alhier, verleende vergunning als kleinhandelaar in oude materialen en afvalstoffen is ingetrokken;
Heeft goedgevonden dientengevolge de aan hem verleende Gemeentelijke vergunning tot het opkoopen van oude materialen en afvalstoffen, serie 27 no. 12, hierbij in te trekken.
GM
Amsterdam, 10 Februari 1943.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [paarse stempel]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paarse stempel] Dit document is een administratieve intrekking van een handelsvergunning. De burgemeester van Amsterdam besluit hierbij de gemeentelijke vergunning van Antonius Johannes Engelen in te trekken. De reden hiervoor is een voorafgaand besluit van het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen", dat zijn landelijke vergunning als kleinhandelaar al had geannuleerd.
De heer Engelen woonde aan de straat Rusland 15 hs (huis, begane grond) in het centrum van Amsterdam. De intrekking betreft specifiek de handel in "oude materialen en afvalstoffen" (schroot, lompen, papier, etc.). Het feit dat dit via een formeel afschrift wordt gecommuniceerd en geregistreerd onder diverse nummers, wijst op de strikte bureaucratische controle op de grondstoffenmarkt tijdens de oorlogsjaren. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een enorme schaarste aan grondstoffen. De bezetter had een systeem van "Rijksbureaus" opgezet om de distributie en inzameling van materialen (zoals metalen voor de oorlogsindustrie) centraal te beheersen.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers aangestelde burgemeester van Amsterdam (regerend van 1941 tot 1945). Hoewel hij geen lid was van de NSB, gold hij als zeer meewerkend aan het Duitse gezag.
De intrekking van een dergelijke vergunning kon verschillende oorzaken hebben:
1. Economisch: De handelaar voldeed niet aan de leveringsquota of regels van het Rijksbureau.
2. Politiek/Rancuneus: Intrekkingen werden soms gebruikt als sanctie tegen personen die niet loyaal waren aan het nieuwe bewind.
3. Centralisatie: Het aantal kleine handelaren werd door de bezetter ingeperkt om de stroom van afvalstoffen naar de Duitse oorlogsindustrie efficiënter te kunnen controleren. Engelen woonde (De heer) F. Franken NSB Rijksbureau
Samenvatting
Dit document is een administratieve intrekking van een handelsvergunning. De burgemeester van Amsterdam besluit hierbij de gemeentelijke vergunning van Antonius Johannes Engelen in te trekken. De reden hiervoor is een voorafgaand besluit van het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen", dat zijn landelijke vergunning als kleinhandelaar al had geannuleerd.
De heer Engelen woonde aan de straat Rusland 15 hs (huis, begane grond) in het centrum van Amsterdam. De intrekking betreft specifiek de handel in "oude materialen en afvalstoffen" (schroot, lompen, papier, etc.). Het feit dat dit via een formeel afschrift wordt gecommuniceerd en geregistreerd onder diverse nummers, wijst op de strikte bureaucratische controle op de grondstoffenmarkt tijdens de oorlogsjaren.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een enorme schaarste aan grondstoffen. De bezetter had een systeem van "Rijksbureaus" opgezet om de distributie en inzameling van materialen (zoals metalen voor de oorlogsindustrie) centraal te beheersen.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers aangestelde burgemeester van Amsterdam (regerend van 1941 tot 1945). Hoewel hij geen lid was van de NSB, gold hij als zeer meewerkend aan het Duitse gezag.
De intrekking van een dergelijke vergunning kon verschillende oorzaken hebben:
1. Economisch: De handelaar voldeed niet aan de leveringsquota of regels van het Rijksbureau.
2. Politiek/Rancuneus: Intrekkingen werden soms gebruikt als sanctie tegen personen die niet loyaal waren aan het nieuwe bewind.
3. Centralisatie: Het aantal kleine handelaren werd door de bezetter ingeperkt om de stroom van afvalstoffen naar de Duitse oorlogsindustrie efficiënter te kunnen controleren.