Brief/Verzoekschrift (fragment) betreffende een ventvergunning.
Origineel
Brief/Verzoekschrift (fragment) betreffende een ventvergunning. 1943 (gebaseerd op stempel bovenaan: "M. 1943"). [Stempel bovenaan:]
No. 101/g/1 M. 1943 2/7
[Hoofdtekst:]
mijn vent vergunning zoude in
getrokken zoude worden, waar door
ik veel last zoude ondervinden
en moelijk deze terug zoude
krijgen. Edele Heer beleefd tot
toestemming vragend - u
bij voorbaat nederig dankend
[Ondertekening:]
w. d. d. d. P. L. Visscher
Govert flinkstraat
137 II A
[Kantlijn links:]
(Bond)
no: gemeente
Vergunning
1458
[Onderaan rechts:]
Rijks vergunning R:V:M:e:a:
Wijk 58 Zuid no 1315 b
Plaat no 7259.
Rijks Bureau Den Haag
[Aantekening in rood:]
L 96 * Inhoud: De schrijver, P.L. Visscher, uit zijn bezorgdheid over het mogelijke intrekken van zijn 'ventvergunning' (een vergunning om goederen op straat te verkopen). Hij voert aan dat dit hem grote problemen zou bezorgen en dat het zeer moeilijk zou zijn om de vergunning opnieuw te verkrijgen.
* Toon: De brief is geschreven in een zeer formele en onderdanige stijl, kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die tijd ("Edele Heer", "nederig dankend").
* Administratieve details:
* De afkorting "w. d. d. d." staat waarschijnlijk voor "Wiens Dienstwillige Dienaar".
* Er wordt gerefereerd aan zowel een gemeentelijke vergunning (no. 1458) als een Rijksvergunning.
* De vermelding van "Plaat no 7259" duidt op het officiële identificatiebordje dat een straatverkoper bij zich moest dragen.
* De term "(Bond)" in de kantlijn suggereert dat de schrijver mogelijk lid was van een vakbond voor straathandelaren of dat de brief via die weg is behandeld. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1943). In deze oorlogsjaren was de economie streng gereguleerd en was een ventvergunning cruciaal voor het levensonderhoud van kleine zelfstandigen. De bemoeienis van het "Rijks Bureau" in Den Haag wijst op de centralisatie van het bestuur tijdens de bezetting. De Govert Flinckstraat bevindt zich in de Amsterdamse Pijp, een wijk die vanouds veel straathandel kende. De angst om de vergunning kwijt te raken was in 1943 extra groot, gezien de schaarste aan goederen en de strenge controles door de bezettende macht en de gelijkgeschakelde instanties. L. Visscher P.L. Visscher
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, P.L. Visscher, uit zijn bezorgdheid over het mogelijke intrekken van zijn 'ventvergunning' (een vergunning om goederen op straat te verkopen). Hij voert aan dat dit hem grote problemen zou bezorgen en dat het zeer moeilijk zou zijn om de vergunning opnieuw te verkrijgen.
- Toon: De brief is geschreven in een zeer formele en onderdanige stijl, kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die tijd ("Edele Heer", "nederig dankend").
- Administratieve details:
- De afkorting "w. d. d. d." staat waarschijnlijk voor "Wiens Dienstwillige Dienaar".
- Er wordt gerefereerd aan zowel een gemeentelijke vergunning (no. 1458) als een Rijksvergunning.
- De vermelding van "Plaat no 7259" duidt op het officiële identificatiebordje dat een straatverkoper bij zich moest dragen.
- De term "(Bond)" in de kantlijn suggereert dat de schrijver mogelijk lid was van een vakbond voor straathandelaren of dat de brief via die weg is behandeld.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1943). In deze oorlogsjaren was de economie streng gereguleerd en was een ventvergunning cruciaal voor het levensonderhoud van kleine zelfstandigen. De bemoeienis van het "Rijks Bureau" in Den Haag wijst op de centralisatie van het bestuur tijdens de bezetting. De Govert Flinckstraat bevindt zich in de Amsterdamse Pijp, een wijk die vanouds veel straathandel kende. De angst om de vergunning kwijt te raken was in 1943 extra groot, gezien de schaarste aan goederen en de strenge controles door de bezettende macht en de gelijkgeschakelde instanties.